Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Driekleurig viooltje - Viola tricolor

Andere namen

Frysk: Trijekleurfioeltsje

English: Heartsease

Français: Pensée tricolore

Deutsch: Wildes Stiefmütterchen

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Malpighiales

Familie: Violaceae (Viooltjesfamilie)

Geslacht: Viola (Viooltje)

Soort: Viola tricolor

Naamgeving (Etymologie): Viola betekent violet, vanwege de violet-blauwe kleur die in de (meeste) bloemen van de viooltjes voorkomt. De geslachtsnaam Viola komt oorspronkelijk van het Griekse (w)ion (welriekende plant). Tricolor betekent driekleurig.

Kruising: De bastaard Viola x comtempta (Viola arvensis x tricolor) is intermediair tussen Akkerviooltje en Driekleurig viooltje en grotendeels vruchtbaar. Plaatselijk ontstaan bastaardzwermen.

Gekweekte vorm: Tuinviooltje (Viola tricolor cv Hortensis) is een gekweekte vorm van Driekleurig viooltje.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of soms kortlevend-overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: April, mei, juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 5-40 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Geen wortelstok en eveneens geen uitlopers.


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De kantige, opstijgende tot rechtopstaande, vrij slappe  stengels zijn kaal of zwak behaard. Ze zijn maar weinig vertakt.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De verspreidstaande wintergroen, gelobde bladeren zijn vaak paarsgroen. De onderste bladeren zijn eirond met een hartvormige voet. De bovenste bladeren zijn smaller (langwerpig) met een wigvormige voet. Alle bladeren hebben stompe tanden. De steunblaadjes zijn liervormig veerdelig met een gaafrandige of gekartelde eindslip, die korter en smaller is dan de bladschijf.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. Een langgsteelde, alleenstaande bloem met vijf kroonbladen. De bovenste twee kroonbladen zijn vaak diep paarsblauw, de twee aan de zijkanten zijn meestal lichter blauw. Aan de voet zijn ze geel. Het onderste (grootste) kroonblad is geel met een witte rand. Soms zijn ze ook overwegend blauw, wit of geel. De spoor is 3-5 mm lang en komt hoogstens 1 mm buiten de vijf kelkaanhangsels uit. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. Na het rijpen springen de éénhokkige vruchten met drie kleppen open, waardoor de zaden worden weggeslingerd. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


http://dzn.eldoc.ub.rug.nl/

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselrijke, grazige, kalkarme tot neutrale grond (zand en lemig zand).

Groeiplaatsen: Akkers (graanakkers, kalkarme akkers en akkerranden), bermen (open plekken), braakliggende grond, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), plantsoenen en grasland (open plekken in zandig riviergrasland en langs zandige sloten en greppels).

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in de meest zuidelijke delen. Ook in gematigde gebieden in Azië en in Klein-Azië. Ingeburgerd in Amerika, India, Australië en Nieuw-Zeeland.


gbif.org

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in het oosten en midden van het land. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: matig afgenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.
Akkerviooltje x Driekleurig viooltje: Zeldzaam.

Driekleurig viooltje

Verspreidingsatlas.nl

Tuinviooltje (Viola tricolor cv Hortensis)

Verspreidingsatlas.nl

Akkerviooltje x Driekleurig viooltje (Viola x comtempta)

Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Kempen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij algemeen in de Ardennen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Toepassingen

Symbool: Het driekleurig viooltje was vroeger het symbool van de herinnering en werd daarom veel op graven geplant. In veel oude kruidboeken wordt het driekleurig viooltje vaak 'Herba Trinitatis' genoemd, het 'Kruid van de Drievuldigheid'. De naam 'Stiefmoedertje' slaat op de vorm van de bloemen, met het grote onderste blad als de moeder, de twee daarboven gelegen bloemblaadjes als haar eigen dochters en de bovenste bloemblaadjes als haar stiefdochters.

Legende: Een oude legende vertelt het verhaal van het viooltje dat een verleidende en betoverende geur had. De mensen konden de geur niet weerstaan en moesten gewoon aan het viooltje ruiken. Hierbij vertrapten de mensen het graan en koren rondom het viooltje. Dit stemde het plantje verdrietig en het vroeg God om haar de verlokkende geur te ontnemen. Sindsdien heeft het viooltje geen geur meer. In Shakespeares A Midsummer Night's Dream brouwt Oberon een liefdesdrank van het driekleurig viooltje.

Cultuur: Bastaarden van het driekleurig viooltje met Viola lutea en Viola altaïca worden in talloze variaties als reuzenviolen gekweekt.

Medicinaal: De soort werd gebruikt bij kinderziekten en bij kwalen van de luchtwegen. In Engeland werd het veel gebruikt bij hartkwalen, krampen in de borst en borstvliesontsteking. Vroeger werd de plant als geneesmiddel gebruikt omdat deze pijnstillend en slijmoplossend zou zijn.

Vermeerderen: Zaaien ter plaatse.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 4, Johann Carl Krauss (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 4, Johann Carl Krauss (1800)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Botanische wandplaten


Botanische wandplaten


Botanische wandplaten


Afbeeldingen en beschrijvingen van boomen, heesters, éénjarige planten, enz., voorkomende in de Nederlandsche tuinen, H. Witte, A.J. Wendel (1868)


Medizinal Pflanzen, deel 1, F.E. Köhler, W. Müller (1887)


Flora regni borussici, deel 2, A.G. Dietrich (1834)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Deutschlands flora, deel 3, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Choix des plus belles fleurs et des plus beaux fruits, P.J. Redouté (1827-1833)


La flore et la pomone francaises, deel 3, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1830-1833)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)
Viola tricolor var. arenaria


Atlas der officinellen Pflanzen, deel 3, O.C. Berg, C.F. Schmidt (1896-1899)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Hortus Eystettensis, deel 3, Bessler, Basilius (1620)


Hortus Eystettensis, deel 3, Bessler, Basilius (1620)


Hortus Romanus juxta Systema Tournefortianum, deel 7, Giorgio Bonelli (1783-1816)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 2, F.B. Vietz (1804)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


Svensk botanik, deel 1, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Flora Londinensis, deel 1, William Curtis (1775-1777)


Flora Parisiensis, deel 1, P. Bulliard (1776-1781)


Viola tricolor var. agrestis
Flora Parisiensis, deel 3, P. Bulliard (1776-1781)


Die officinellen Pflanzen der Pharmacopoea Germanica, F.G. Kohl (1891-1895)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Etudes de fleurs et de fruits, Henriette Antoinette Vincent (geboren Rideau du Sal) (1820)


Water-color sketches of American plants, especially New England, Helen Sharp (1888-1910)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


British entomology, deel 8, J. Curtis (1823-1840)


Introductio generalis in rem herbariam, deel 4, A.Q. Rivinus (1690-1777)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


Histoire naturelle des végétaux, Atlas, E. Spach, M. elle F. Legendre (1834-1847)


Histoire naturelle des végétaux, Atlas, E. Spach, M. elle F. Legendre (1834-1847)


The beauties of flora, E.E. Gleadall (1839)


Viridarium reformatorum, deel 1, M.B. Valentini (1719)


Medical Botany, deel 2, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra