Wilde planten in Nederland en België

Driekleurig viooltje en Duinviooltje - Viola tricolor

Nederlands: Driekleurig viooltje, Dúnfioeltsje

Frysk: Trijekleurfioeltsje, Dune pansy

English: Heartsease, Pensée des dunes

Français: Pensée tricolore

Deutsch: Wildes Stiefmütterchen. Dünen-Stiefmütterchen

Synoniemen: Duinviooltje: Viola curtisii, Viola tricolor subsp. maritima

Familie: Violaceae (Viooltjesfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Viola betekent violet, vanwege de violet-blauwe kleur die in de (meeste) bloemen van de viooltjes voorkomt. De geslachtsnaam Viola komt oorspronkelijk van het Griekse (w)ion (welriekende plant). Tricolor betekent driekleurig. Curtisii is genoemd naar William Curtis (1746-1799), een Engelse botanicus.

Ondersoorten: Driekleurig viooltje (Viola tricolor subsp. tricolor) en Duinviooltje (Viola tricolor subsp. curtisii).

Kruising: De bastaard Viola x comtempta (Viola arvensis x tricolor) is intermediair tussen Akkerviooltje en Driekleurig viooltje en grotendeels vruchtbaar. Plaatselijk ontstaan bastaardzwermen.

Gekweekte vorm: Tuinviooltje (Viola tricolor cv Hortensis) is een gekweekte vorm van Driekleurig viooltje.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Driekleurig viooltje: Eenjarig of tweejarig, (soms kortlevend-overblijvend).
Duinviooltje: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Driekleurig viooltje: Therofyt.
Duinviooltje: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Driekleurig viooltje: April t/m oktober (soms ook nog bloeiend in zachte winters).
Duinviooltje: April t/m november.

Afmeting: Driekleurig viooltje: 5-40 cm.
Duinviooltje: 5-25 cm.

Driekleurig viooltje


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Duinviooltje


S. v.d. Molen - CC BY 2.5


K. Vliet - CC BY-SA 4.0


© Hans Hillewaert - CC BY-SA 3.0


Pierre Andre Leclercq - CC BY-SA 4.0

Wortels: Driekleurig viooltje: Geen wortelstok en eveneens geen uitlopers.
Duinviooltje: Een verticale wortelstok. Worteldiepte tot 20 cm, maar soms tot 1 meter.

Driekleurig viooltje


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Duinviooltje


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Driekleurig viooltje: De kantige, opstijgende tot rechtopstaande, vrij slappe  stengels zijn kaal of zwak behaard. Ze zijn maar weinig vertakt.
Duinviooltje: Vele liggende tot opstijgende, vertakte zijstengels.

Driekleurig viooltje


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Duinviooltje


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: Driekleurig viooltje: De verspreidstaande wintergroene, gelobde, niet vlezige bladen zijn vaak paarsgroen. De onderste bladen zijn eirond met een hartvormige voet. De bovenste bladen zijn smaller (elliptisch, langwerpig tot lancetvormig) met een wigvormige voet. Alle bladen hebben stompe tanden. De steunblaadjes zijn liervormig, veerdelig met een gaafrandige of gekartelde eindslip, die korter en smaller is dan de bladschijf.
Duinviooltje: De donkergroene bladen zijn lijnvormig tot langwerpig. De onderste zijn eirond tot rondachtig, meestal iets vlezig en met een breed wigvormige voet. De hogere stengelbladen zijn lancet- tot lijnlancetvormig. De steunblaadjes zijn diep veervormig ingesneden met een lange, smalle en vrijwel gaafrandige eindslip.

Driekleurig viooltje


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Duinviooltje


kuleuven-kulak.be/bioweb


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


kuleuven-kulak.be/bioweb


Henri Scordia - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Driekleurig viooltje: Tweeslachtig. Een langgsteelde, alleenstaande bloem met vijf kroonbladen. De bovenste twee kroonbladen zijn vaak diep paarsblauw, de twee aan de zijkanten zijn meestal lichter blauw (deze zijn 11-13 mm lang). Aan de voet zijn ze geel. Het onderste (grootste) kroonblad is geel met een witte rand. Soms zijn ze ook overwegend blauw, wit of geel. De kelkbladen zijn 7-10 mm lang. De spoor is 3-5 mm lang en komt hoogstens 1 mm buiten de vijf kelkaanhangsels uit. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.
Duinviooltje: De 1½-2 cm grote bloemen zijn blauwpaars, paars of roodpaars met wit en lichtgeel. De zijdelingse kroonbladen zijn 6-11 mm lang. De spoor steekt ongeveer 1½-3 mm uit de kelkaanhangsels. De kelkbladen worden ongeveer 5-7 mm lang.

Driekleurig viooltje


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Duinviooltje


© Hans Hillewaert - CC BY-SA 3.0


© Hans Hillewaert - CC BY-SA 3.0


S. v.d. Molen - CC BY 2.5


S. v.d. Molen - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. Na het rijpen springen de éénhokkige vruchten met drie kleppen open, waardoor de zaden worden weggeslingerd. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.

Driekleurig viooltje


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Duinviooltje


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Driekleurig viooltje: Zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselrijke, grazige, kalkarme tot neutrale grond (zand en lemig zand).
Duinviooltje: Zonnige, open plaatsen op droog, vaak enigszins stuivend, humusarm, zwak zuur tot meestal kalkrijk, voedselarm zand. In de duinen staan ze in groepjes, het liefst op kaal zand, bijvoorbeeld op duinhellingen waar konijnen veel gegraven en bemest hebben.

Groeiplaatsen: Driekleurig viooltje: Akkers (graanakkers, kalkarme akkers en akkerranden), bermen (open plekken), braakliggende grond, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), plantsoenen en grasland (open plekken in zandig riviergrasland en langs zandige sloten en greppels).
Duinviooltje: Zeedduinen (duinhellingen, mosduinen, duinpannetjes, laagblijvende struwelen en droog, neutraal grasland).

Verspreiding

Wereld: Driekleurig viooltje: Europa, behalve in de meest zuidelijke delen. Ook in gematigde gebieden in Azië en in Klein-Azië. Ingeburgerd in Amerika, India, Australië en Nieuw-Zeeland.
Duinviooltje: Langs de kust van West-Europa en in het Oostzeegebied.

Driekleurig viooltje

Duinviooltje

Nederland: Driekleurig viooltje: Plaatselijk vrij algemeen in het oosten en midden van het land. Elders zeer zeldzaam.
Duinviooltje: Algemeen in de duinen.

Driekleurig viooltje

Duinviooltje

Vlaanderen: Driekleurig viooltje: Vrij algemeen. Het meest  in de Kempen.
Duinviooltje: Vrij algemeen in de duinen.
Wallonië:
Driekleurig viooltje: Vrij algemeen in de Ardennen. Elders zeldzamer.
Duinviooltje: Niet in Wallonië.

Driekleurig viooltje

Duinviooltje

Toepassingen

Symbool: Het driekleurig viooltje was vroeger het symbool van de herinnering en werd daarom veel op graven geplant. In veel oude Kruid.boeken wordt het driekleurig viooltje vaak 'Herba Trinitatis' genoemd, het 'Kruid. van de Drievuldigheid'. De naam 'Stiefmoedertje' slaat op de vorm van de bloemen, met het grote onderste blad als de moeder, de twee daarboven gelegen bloemblaadjes als haar eigen dochters en de bovenste bloemblaadjes als haar stiefdochters.

Legende: Een oude legende vertelt het verhaal van het viooltje dat een verleidende en betoverende geur had. De mensen konden de geur niet weerstaan en moesten gewoon aan het viooltje ruiken. Hierbij vertrapten de mensen het graan en koren rondom het viooltje. Dit stemde het plantje verdrietig en het vroeg God om haar de verlokkende geur te ontnemen. Sindsdien heeft het viooltje geen geur meer. In Shakespeares A Midsummer Night's Dream brouwt Oberon een liefdesdrank van het driekleurig viooltje.

Cultuur: Bastaarden van het driekleurig viooltje met Viola lutea en Viola altaïca worden in talloze variaties als reuzenviolen gekweekt.

Medicinaal: De soort werd gebruikt bij kinderziekten en bij kwalen van de luchtwegen. In Engeland werd het veel gebruikt bij hartkwalen, krampen in de borst en borstvliesontsteking. Vroeger werd de plant als geneesmiddel gebruikt omdat deze pijnstillend en slijmoplossend zou zijn.

Vermeerderen: Zaaien ter plaatse.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Driekleurig viooltje


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 4, Johann Carl Krauss (1800)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Afbeeldingen en beschrijvingen van boomen, heesters, éénjarige planten, enz., voorkomende in de Nederlandsche tuinen, H. Witte, A.J. Wendel (1868)


Botanische wandplaten


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Deutschlands flora, deel 3, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Svensk botanik, deel 1, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Atlas der officinellen Pflanzen, deel 3, O.C. Berg, C.F. Schmidt (1896-1899)


Medizinal Pflanzen, deel 1, F.E. Köhler, W. Müller (1887)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Die officinellen Pflanzen der Pharmacopoea Germanica, F.G. Kohl (1891-1895)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Hortus Eystettensis, deel 3, Bessler, Basilius (1620)


Choix des plus belles fleurs et des plus beaux fruits, P.J. Redouté (1827-1833)


Flora regni borussici, deel 2, A.G. Dietrich (1834)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 2, F.B. Vietz (1804)


Medical Botany, deel 2, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


British entomology, deel 8, J. Curtis (1823-1840)


Flora Londinensis, deel 1, William Curtis (1775-1777)


Flora Parisiensis, deel 1, P. Bulliard (1776-1781)


Viola tricolor var. agrestis
Flora Parisiensis, deel 3, P. Bulliard (1776-1781)


La flore et la pomone francaises, deel 3, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1830-1833)


Etudes de fleurs et de fruits, Henriette Antoinette Vincent (geboren Rideau du Sal) (1820)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Histoire naturelle des végétaux, Atlas, E. Spach, M. elle F. Legendre (1834-1847)


Histoire naturelle des végétaux, Atlas, E. Spach, M. elle F. Legendre (1834-1847)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Introductio generalis in rem herbariam, deel 4, A.Q. Rivinus (1690-1777)


The beauties of flora, E.E. Gleadall (1839)


Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)


Viridarium reformatorum, deel 1, M.B. Valentini (1719)

Duinviooltje


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL