Wilde planten in Nederland en België

Drijvend fonteinkruid - Potamogeton natans

Wetenschappelijk: Potamogeton natans

Frysk: Flot bearzerûch

English: Floating-leaved pondweed

Français: Potamot nageant

Deutsch: Schwimmendes Laichkraut

Synoniemen:

Familie: Potamogetonaceae (fonteinkruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Potamogeton is afgeleid van het Griekse potamos (rivier) en geiton (buurman), m.a.w. een rivierbewoner. Natans betekent drijvend. Fluitans betekent drijvend, op of in stromend water.

Kruisingen: Zwaardfonteinkruid (Potamogeton x sparganiifolius) en Vlottend fonteinkruid (Potamogeton x fluitans).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Hoofdbloei: Mei, juni, juli en augustus.

Afmeting: 60-150 cm.


Frank Vincentz -
CC BY-SA 3.0


Frank Vincentz -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Een sterk vertakte, kruipende wortelstok, die in de herfst knolvormig verdikte leden heeft en ook ook 's winters doorgroeit.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Stengels: Een onbehaarde plant. De ronde stengels kunnen tot meer dan 1 meter lang worden. Ze zijn niet of alleen bovenaan vertakt. Zelden vind je zwak ontwikkelde landvormen.


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De ondergedoken bladeren zijn lijnvormig en worden tot 3 mm breed (eigenlijk is het alleen een bladsteel), maar de onderste ondergedoken bladen kunnen in de lente tot 50 cm lang en tot meer dan 1 cm breed worden. De drijvende bladeren zijn niet doorschijnend. Ze zijn eirond tot langwerpig en dik leerachtig. Van onderen zijn ze lichter en vaak rossig. Ze hebben een iets hartvormige tot kort wigvormige voet, een gave rand en een stompe of spitse top. Ook hebben ze uitspringende nerven. Ze worden tot 5,5 cm breed en tot 12 cm lang. Op de overgang van de bladsteel naar de bladschijf zit een 1-2 cm lang gewricht, waardoor de schijf vrij draaibaar is ten opzichte van de steel. De steunblaadjes zijn groot met veel nerven. Vaak gaan ze vezelen. Ze vallen niet snel af.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Christian Fischer - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De rijkbloemige vruchtaar wordt 3-8 cm lang. De slanke, niet verdikte steel wordt tot 10 cm lang, veel langer dan de aar. De bloemen zijn groenachtig.


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een steenvrucht. De groenachtige vruchtjes zijn zijn opgeblazen eirond, zwak samengedrukt, aan de rugzijde stomp gekield en zeer kort gesnaveld. Ze worden 4-5 mm lang en 3 mm breed. Tweezaadlobbig.


Jean-Claude Calais - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Claude Calais - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


wnmu.edu/academic/nspages/gilaflora/potamogeton_natans.html
Rob Routledge -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in ondiep, helder, stilstaand of zwak stromend, matig voedselarm tot voedselrijk, zoet of zeer zwak brak, zwak zuur tot zwak basisch water. Meestal boven een zandbodem met een laag organische resten of een venige bodem.

Groeiplaatsen: Water (vijvers, poelen, plassen, sloten- ook droogvallende sloten, luwe plekken in kleine rivieren en beken, niet meer gebruikte kanalen en sinds lang afgesneden rivierarmen) afgravingen (zand- en leemgroeven), heide (vennen en hoogveenpoelen) en zeeduinen (duinplassen). Drijvend fonteinkruid kan massaal groeien in geschikte wateren.

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond. Ook in Australië.

Nederland: Algemeen, maar zeldzamer in zeekleigebieden.

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Kempen. Elders zeldzamer.
Wallonië:
Plaatselijk vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Deutschlands flora, deel 3, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


402
Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Repräsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erläuterndem Text, C. Bollmann (1879-1882)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


British phaenogamous botany, deel 5: W. Baxter (1834-1843)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Flora Parisiensis, deel 6, P. Bulliard (1776-1781)


Illustratio systematis sexualis Linnaei, J.S. Miller (Müller), M.B. Borckhausen (1770-1777)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


New Kreüterbuch, P.A. Mattioli (1563)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL