Wilde planten in Nederland en België

Dubbelloof - Struthiopteris spicant

Frysk: Mantsjes en wyfkes

English: Deer fern

Français: Fougère pectinée

Deutsch: Rippenfarn

Synoniemen: Blechnum spicant

Familie: Blechnaceae (Dubbellooffamilie)

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam slaat op de twee soorten bladen. De vruchtbare bladen staan rechtop, terwijl de onvruchtbare overhangen of op de grond liggen. Struthiópteris komt van het Griekse strouthion betekent kleine vogel of mus. Blechnum is afgeleid van het Griekse blechnon (varen), dat weer is afgeleid van blax (zonder deugd), omdat de varens geen nuttige eigenschappen hebben. Spicant kan zijn: in bosjes met scherpe punten of het kan zijn afgeleid van spiccante (op de voorgrond tredend).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus en september.

Afmeting: 25-70 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Huhulenik - CC BY 3.0

Wortels: Een korte, forse, schuine wortelstok met veel bruine, spitse schubben.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


bisque.iplantcollaborative.org - CC0-1.0


web.corral.tacc.utexas.edu - CC0-1.0


web.corral.tacc.utexas.edu - CC0-1.0

Stengels: De bladstelen zijn kort (tot 1/3 keer zo lang als het blad) en donker paarsbruin tot rood aangelopen. Die van de vruchtbare bladeren zijn forser.


Averater - CC BY-SA 3.0


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Alfred Osterloh - CC-BY-NC-SA-3.0

Bladeren: De bladeren zijn wintergroen, staan in een spiraal en zijn vindelig. De meeste zijn onvruchtbaar Ze groeien vanuit de wortelstok. Deze bladen staan in een rozet en hangen iets over. Ze zijn lijnvormig tot langwerpig, veerdelig, enigszins leerachtig, licht glanzend, naar weerszijden versmald en worden tot ongeveer 50 cm lang. Er zijn veel slippen, zij staan dicht bijeen, zijn smal langwerpig, gaafrandig met een omgerolde rand. De bladen overwinteren.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: In het midden van de rozet (bundel) groeien enkele vruchtbare, rechtopstaande en lang gesteelde bladen, die veel langer zijn dan de andere bladen (tot 80 cm lang). De bladslippen zijn veel smaller (lijnvormig) en staan verder uiteen. De middennerf is bruin. De langwerpige tot lijnvormige, bruine sporenhoopjes vind je op de bladonderkant over de hele lengte van de deelblaadjes in twee rijen naast de middennerf. Het dekvliesje gaat naar binnen open. Ook deze bladen overwinteren.


kuleuven-kulak.be/bioweb


Sylvain Piry - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Biotoop

Bodem: Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op vrij droge tot vochtige, voedselarme, kalkarme, zure en humusrijke zand- en leemgrond.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, naaldbossen en vaak op greppelwandjes), houtwallen, struwelen, hakhout, waterkanten (langs beschaduwde sloten, beken en greppels), veenmosrietland en soms in de zeeduinen (duinvalleien).

Verspreiding

Wereld: Europa en in het westen van Noord-Amerika.

Nederland: Vrij algemeen. Sterk afgenomen.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest in de Kempen en in de Zand- en Zandleemstreek.
Wallonië:
Vrij algemeen. Het meest in de Ardennen.

Toepassingen

Dubbelloof werd wel in gedroogde toestand gebruikt voor het vullen van matrassen en als strooisel voor het vee.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 12, J.E. Sowerby (1886)


Flora Londinensis, deel 2, William Curtis (1777-1778)


Ferns (a history of Ferns): British and exotic, deel 4, E.J. Lowe (1839)


The ferns of Great Britain and Ireland, T. Moore (1855)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Sudetenflora, M. Winkler (1900)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 4 (1791)


Lonchitis altera Maranthae
Rariorum plantarum historia, deel 2, C. Clusius (1601)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL