Duindoorn - Hippophae rhamnoides

Frysk: Dúndoarn

English: Seabuckthorn

Français: Argousier

Deutsch: Sanddorn

Synoniemen: Elaeagnus rhamnoides

Familie: Elaeagnaceae (Duindoornfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Hippophae komt van het Griekse hippos (paard) en phao (ik dood), omdat een afkooksel van de vruchten werd gebruikt om het ongedierte van paarden te doden. Rhamnoides betekent wegedoornachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik

Winterknoppen: Fanerofyt.

Hoofdbloei: April en mei.

Afmeting: 1,2-4,5 meter.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels: Een groot wortelstelsel met meer dan 1 meter diepgaande hoofdwortels en horizontale uitlopers.

Stam: Oudere stammetjes hebben een grijze, gegroefde bast.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Takken: De doornige takken zijn dun en overdekt met zilverkleurige schubben, die later donkerbruin worden.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren: De verspreidstaande bladeren zijn lijnvormig-langwerpig tot smal spatelvormig. Ze hebben een gave rand en een korte steel. Van boven zijn ze grijsgroen met enkele sterharen en van onderen witachtig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. De kleine, groenige bloemen groeien in de oksels van dicht bij elkaar geplaatste, bruine knopschubben. Ze verschijnen voor de bladen. Mannelijke bloemen hebben twee min of meer rechtopstaande ronde slippen, die samen de vier meeldraden helemaal kunnen omsluiten. Vrouwelijke bloemen zijn spoelvormig en zijn bijna allemaal zittend. De lange stempel is roodbruin.


AnRo0002 - cc0


Proton02 - cc0


AnRo0002 - cc0


AnRo0002 - cc0

Vruchten en zaden: Een vlezige schijnvrucht. De oranje, zelden lichtgele bessen zijn bijna bolrond en 6-8 mm. Ze zijn eetbaar, maar vrij zuur. Tweezaadlobbig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op droge tot vrij vochtige, voedselarme, kalkhoudende, humusarme grond. De struik verdraagt zout (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (duinstruwelen en zandvlakten), opgespoten grond (met kalkrijk zand), langs spoorwegen (spoordijken), rotskusten, waterkanten (rivieroevers), grindafzettingen in gebergten en kiezelbanken.

Verspreiding

Wereld: Vanaf Midden-China tot in het kustgebied van Noordwest-Europa. Ook langs de Zwarte Zee, in Alpiene gebergten en de Centraal-Aziatische steppen.

Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Vrij algemeen.

Wallonië: Inheems. Zeldzaam.

Opmerkingen

In de winter kunnen de bessen gaan gisten, hierdoor kunnen vogels (o.a. kramsvogels) dronken worden.

Keuken: De zure bessen zijn rijk aan vitamine C en daarnaast vitamine A, B1, B2 en E. In de zestiende eeuw schrijft de Engelse botanicus William Turner dat arme kustbewoners uit de bessen een saus maken. De Nederlandse botanicus Abraham Munting spreekt over de 'duynbezie', zoals hij de duindoorn noemt. In zijn Nauwkeurige Beschryving der Aardgewassen (1696) staat: De bladeren en Vruchten der Duynbezien zijn koud en droog van aart. Verslaan den dorst der Koortsige lieden drijven ook uyt alle slijmerige en taye vochten. Van het zap dezer Vruchten werd een Verjuys gemaakt, zeer bequaam ten gebruyk in spijzen. Op een paar plaatsen wordt de struik gekweekt voor de fruitteelt, o.a. in Fryslân.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl