Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Duindravik - Bromus hordeaceus subsp. thomeinei

Andere namen

Frysk: Hjouwermantsje

English: Goosegrass

Français: Brome mou

Deutsch: Weiche Trespe

Verouderde of andere namen: Gerstdravik, Platte raai

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Geslacht: Bromus (Dravik)

Soort: Bromus hordeaceus ssp. thomeinei

Naamgeving (Etymologie): Bromus komt uit het Grieks en betekent voedsel (omdat de planten door het vee worden gegegeten). Hordeaceus betekent op Gerst gelijkend. Thominei is genoemd naar de Franse botanicus Charles Thomine-Desmasures (1799-1824).

Ondersoort: De andere ondersoort is Zachte dravik.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 10-100 cm.


© Peter Meininger - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Henk van der Sluis - CC BY-NC-ND 3.0


© Adrie van Heerden - CC BY-NC-ND 3.0


© Tom Damm - CC BY-NC 3.0

Wortels


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De stengels buigen vlak boven de grond in een schuine tot bijna horizontale stand, zodat de plant zeer laag blijft (bijna liggend tot opstijgend). Bij goede ontwikkeling vormt zij polletjes met een kring uitgespreide stengels.


Corinne Decarpentrie - CC BY-SA 2.0 FR


Corinne Decarpentrie - CC BY-SA 2.0 FR


@ J.C. Schou - biopix.dk


@ J.C. Schou - biopix.dk

Bladeren: De bladscheden zijn dicht, aaneensluitend behaard met korte, zachte, teruggeslagen en min of meer aanliggende haren.


Emilien Henry - CC BY-SA 2.0 FR


@ J.C. Schou - biopix.dk


© Peter Meininger - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloempluim is grijsachtig, vaak trosvormig en meestal min of meer samengetrokken, maar tijdens de bloei soms vrij los. De aartjesstelen zijn meestal korter dan de aartjes. Het onderste kelkkafje heeft drie of vijf nerven. Het bovenste heeft er vijf, zeven of negen. De helmknoppen zijn hoogstens 2 mm lang. Het vaak onbehaarde lemma is korter dan dat van Zachte dravik (bij de onderste bloem van het aartje ongeveer 7 mm).


Corinne Decarpentrie - CC BY-SA 2.0 FR


© Adrie van Heerden - CC BY-NC-ND 3.0


@ J.C. Schou - biopix.dk


Corinne Decarpentrie - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


© Erik van Dijk - CC BY-NC-ND 3.0


© Tom Damm - CC BY-NC 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open tot grazige plaatsen op droge, matig voedselarme tot zeer voedselrijke, vaak kalkhoudende zandgrond.

Groeiplaatsen: Droge, kalkrijke duinen (mosduinen) en grasland (duingrasland) met een korte vegetatie (door bijv. betreding of begrazing).

Verspreiding

Wereld: Langs de kust van West-Europa. Noordelijk tot in Zuid-Scandinavië.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen in de duinen.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen in de duinen.
Rode lijst. Zeer zeldzaam.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra