Wilde planten in Nederland en België

Duinfakkelgras - Koeleria albescens

Frysk: Fakkelgers

English:

Français: Koelérie blanchâtre

Deutsch: Sand-Schillergras

Synoniemen: Koeleria pyramidata subsp. arenaria

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Koeleria is genoemd naar Georg Ludwig Koeler, schrijver van verschillende werken over Graminae (1765-1807). Albescens betekent wit wordend.

Opmerking: Voorheen werd Duinfakkelgras vaak niet onderscheiden van Smal fakkelgras.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni en juli.

Afmeting: 10-45 cm.


Liliane Roubaudi -
CC BY-SA 2.0 FR


Genevieve Botti -
CC BY-SA 2.0 FR


Hugo Langezaal -
CC BY-NC-ND 4.0


Wouter Bosgra -
CC BY 4.0

Wortels


Gerben van Geest-
CC BY-NC-ND 4.0


image.br.fgov.be-
CC BY-NC-ND 3.0


image.br.fgov.be-
CC BY-NC-ND 3.0


image.br.fgov.be-
CC BY-NC-ND 3.0

Stengels: Vrij ijle pollen vormend. De stengel is ter hoogte van de bovenste bladschede 0,6-0,8 mm dik. De bloeiwijzesteel is in de bovenste helft dicht behaard. De lagere stengeldelen zijn tenminste onder de knopen behaard.


Jean-Pierre Cazes - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Elen Lepage - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Gertjan van Noord - CC BY-ND 4.0

Bladeren: De bladen worden tot 1-2 (zelden tot 2,5) mm breed, die van de jonge scheuten zijn smaller en sterker opgerold dan de stengelbladen. Ze zijn zeer dicht begroeid met met korte haartjes en vaak ook met lange haren bij de bladvoet.


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is spoelvormig, min of meer groen- en blauwachtig gevlekt en 4-7 cm lang. De aartjes zijn 4-6 mm lang. De kelkkafjes en het onderste kroonkafje is toegespitst tot genaald. Het bovenste kelkkafje van de langste aartjes zijn meestal hoogstens 5,5 mm lang.


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Genevieve Botti - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Dominique Remaud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Michael Inden - CC BY-NC-ND 4.0


Erik Slootweg - CC BY-NC-ND 4.0


Hugo Langezaal - CC BY-NC-ND 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige, open tot grazige plaatsen op droge, kalkrijke grond (duinzand en zandsteen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen, zandige plaatsen op kustkliffen, grasland en langs droge wegen.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Europa. Noordelijk tot in Nederland. Voornamelijk langs de kust.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in de duinen.

Vlaanderen: Zeldzaam.
Wallonië:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Smal fakkelgras en Duinfakkelgras


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Kammschmiele - Smal fakkelgras
Ritschgras - Duinfakkelgras
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Aira cristata
British entomology, deel 4, J. Curtis (1823-1840)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL