Wilde planten in Nederland en België

Duitse gentiaan - Gentianella germanica

Frysk:

English: Chiltern gentian

Français: Gentiane d'Allemagne

Deutsch: Deutscher Enzian

Synoniemen: Gentiana germanica, Krijtgentiaan

Familie: Gentianaceae (Gentiaanfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Gentianella is het verkleinwoord van Gentiana, genoemd naar Gentius, koning van Illyrië, die de Gele gentiaan zou heben aanbevolen als geneesmiddel. Germanica verwijst naar Duitsland.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Augustus, september en oktober.

Afmeting: 15-35 cm.


Sylvain Piry - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Worteldiepte tot 20 cm.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De stengels zijn vrij sterk vertakt.


Jan Stubenitzky -
CC BY-SA 3.0


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De rozetbladen zijn meestal verdroogd tijdens de bloei. De stengelbladen zijn langwerpig-eirond met een fijn gewimperde rand en een spitse top.


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


Udo Schmidt -
CC BY-SA 2.0


Thierry Pernot - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Bloemen: Tweeslachtig. De vele bloemen zitten vrij dicht opeen. Ze zijn 2-4½ cm en licht blauwpaars of soms roze of witachtig. Verder zijn ze vijftallig en van binnen gebaard. De uitstaande kelkslippen zijn lijnvormig tot langwerpig en alle even groot. Vaak hebben ze een omgerolde rand. De bochten tussen de slippen zijn spits. Het vruchtbeginsel en de doosvrucht boven de kelk zijn duidelijk gesteeld.


Oswald Engelhardt -
CC BY-SA 3.0


Udo Schmidt -
CC BY-SA 2.0


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een doosvrucht met aan de voet een steelvormige versmalling. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselarme, kalkrijke grond (mergel, leem en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Grasland (kalkgrasland, hooiland en weiland, met name schraal begraasd grasland), op het zuiden gelegen krijthellingen en soms in struwelen.

Verspreiding

Wereld: Midden-Europa en een klein gebied in Zuid-Engeland.

Nederland: Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Voor het laatst gevonden in 1872 in de Voerstreek.

Wallonië: Zeldzaam in de de Fagne en Famenne en op mergel in het noorden van Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 21, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1901)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)


Journal of botany, British and foreign, deel 2, B. Seemann, W.H. Fitch (1864)


Flora regni borussici, deel 4, A.G. Dietrich (1836)


© 2001-2020 K.M. Dijkstra