Wilde planten in Nederland en België

Duits viltkruid - Filago germanica

Frysk: Grut toarblomke

English: Common cudweed

Français: Cotonnière vulgaire

Deutsch: Gewöhnliches Filzkraut

Synoniemen: Filago vulgaris

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Filago komt van filum (draad of spinsel), vanwege het viltige uiterlijk van de plant. Vulgaris betekent gewoon.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of zelden overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juli t/m november.

Afmeting: 10-40 cm.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels


NATT-at-NKM - CC BY 2.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande of iets afstaande stengels zijn onderaan meestal niet vertakt. Ze zijn meestal grijswit viltig of wollig behaard (zelden vrijwel kaal). Forse exemplaren hebben meerdere stengels. Ze hebben vaak een gaffelvormige bouw. De stengels eindigen in een kluwen met veel hoofdjes.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: Eerst vormt de jonge plant een rozet, die kan overwinteren. De verspreidstaande langwerpige tot lijnvormige bladen hebben de grootste breedte onder het midden. De nerf is goed zichtbaar aan de bladonderkant. Ze zijn naar de voet niet versmald en vaak iets golvend. Vlak onder de wit behaarde hoofdjeskluwens zitten geen bladen die opvallend buiten de kluwens uitsteken (alle meestal korter dan de kluwens).


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Polygaam. De gele bloemhoofdjes zitten met vijftien tot veertig bij elkaar in dichte bolronde, wit behaarde kluwens van 1-4 cm. De meeste buisbloemen zijn vrouwelijk. Alleen in het midden van een hoofdje zitten enkele tweeslachtige, viertallige buisbloemen. Het omwindsel is zwak vijfkantig. De binnenste omwindselbladen zijn geel met een rechte top en met iets onder het midden een halvemaanvormige rode vlek. Het vruchtbeginsel is onderstandig.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


©2006 Digital Plant Atlas -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge tot iets vochthoudende, voedselarme, niet bemeste, zwak zure tot iets kalkhoudende en vaak omgewerkte, humusarme grond (zand, leem, zavel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Zanderige hellingen, braakliggende akkers, wegranden, zeedijken, zandwallen, afgravingen (grindgroeven), zeeduinen (open duinhellingen, op plekken die vermengd zijn met slootbagger en schelpgruis), grasland (open plekken in droog, neutraal grasland), bermen (open plekken), droge bosranden, langs spoorwegen (spoorwegterreinen) en opgespoten grond.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest- en Midden-Azië en West-, Midden- en Zuidoost-Europa. Op een paar plaatsen ingeburgerd in Noord-Amerika.

Nederland: Vrij zeldzaam, o.a. in de duinen, op de Utrechtse heuvelrug, in Noord-Brabant, op de Veluwe en in Zeeland.

Vlaanderen: Zeldzaam. Zeer sterk afgenomen.
Wallonië:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Rhuercruyt (Rootmelizoen cruyt)
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Deutschlands flora, deel 3, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)
Filago germanica


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Svensk botanik, deel 10, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 5, J.E. Sowerby (1866)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Annales des sciences naturelles. Botanique. Serie 7, deel 20, B. Herincq (1895)

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL