Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Dwergzonneroosje - Fumana procumbens

Frysk:

English:

FranÁais: Fumana couchť

Deutsch: Zwerg-SonnenrŲschen

Synoniemen: Cistus fumana, Helianthemum fumana, Fumana nudifolia, Fumana vulgaris

Familie: Cistaceae (Zonneroosjesfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Fumana is afgeleid van het Latijnse woord fumus of fumo (rook, stoom, damp). Procumbens komt van het Latijnze procumbere (zinken, liggen of naar voren leunen).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Halfstruikje.

Winterknoppen: Chamaefyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september.

Afmeting: 5-30 cm.


Daniel Villafruela - CC BY-SA 4.0


Daniel Villafruela - CC BY-SA 4.0


Daniel Villafruela - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 3.0

Wortels


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De liggende of opstijgende stengels zijn bovenaan behaard. Ze hebben een verhoute voet.


Ghislain118 - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De verspreidstaande blaadjes zijn naaldvormig met een fijn spitsje. Ze worden 1-1,5 cm en hebben een behaarde rand. Er zijn geen steunblaadjes.


Hermann Schachner - Public Domain


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande bloemen zijn geel en 1,5-2 cm. Ze groeien in de oksels van schutbladen of soms in kleine zijdelingse kluwens. De vijf kroonbladen zijn niet allemaal even groot.


Daniel Villafruela - CC BY-SA 4.0


Daniel Villafruela - CC BY-SA 4.0


Ghislain118 - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten hebben drie kleppen en staan op sterk gekromde stelen. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Claudia Ganz - CC BY-NC-ND 4.0


Giorgio Faggi - CC BY-NC-ND 4.0


Giacomo Bellone - CC BY-NC-ND 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen op droge, kalkrijke grond.

Groeiplaatsen: Grasland (kalkgrasland), rotsen (kalkrotsen) en stenige hellingen.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ en Zuid-, Midden- en West-Europa. Noordelijk tot in BelgiŽ en Zuid-Zweden (Oland en Gotland).

Nederland: Niet in Nederland.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam in het zuiden, in het dal van Viroin.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Florae Austriaceae, deel 3, N.J. von Jacquin (1775)


Flora Atlantica, deel 1, R.L. Desfontaines (1798)


Das Pflanzenreich, Cistaceae, H.G.A. Engler , deel 15 (1903)


Cistineae, R. Sweet, J. Hart (1825-1830)


The botanic garden, deel 9, B. Maund (1841-1842)


Rariorum plantarum historia, deel 1, C. Clusius (1601)
Chamaecistus VI

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL