Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Echt bitterkruid - Picris hieracioides

Andere namen

Frysk: Bittergiel

English: Oxtongue hawkweed

Français: Picris fausse-épervière

Deutsch: Gewöhnliches-Bitterkraut

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Picris (Bitterkruid)

Soort: Picris hieracioides

Naamgeving (Etymologie): Picris is afgeleid van het Griekse pikros (bitter), omdat de plant bitter smaakt. Hieracioides betekent havikskruidachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig of soms overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september.

Afmeting: 30-90 cm.


Javier Martin - Public Domain


Stefan Lefnaer - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Wortels: Een penwortel.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De holle, rechtopstaande, donkergroene en enigszins gegroefde stengels zijn ruw behaard en voornamelijk of alleen in de bovenste helft vertakt. Met wit melksap.


Rolf Engstrand - CC BY-SA 3.0


kuleuven-kulak.be


Rolf Engstrand - CC BY-SA 3.0


kuleuven-kulak.be

Bladeren: De verspreidstaande bladeren vormen eerst een rozet. Ze zijn langwerpig , stekelig behaard met borstelharen en haakvormige haren. Ze zijn zwak tot vrij diep getand. De onderste bladeren zijn in een korte steel versmald, de bovenste zijn klein en stengelomvattend.


Rolf Engstrand - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Luis Miguel Bugallo Sánchez - CC BY-SA 3.0


Daniel Villafruela - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De gele bloemen groeien in schermvormige trossen. De gesteelde bloemhoofdjes zijn 2-3½ cm. Er zijn alleen lintbloemen, dus geen buisbloemen. De buitenste bloemen vertonen aan de onderkant soms rode strepen. De omwindselbladen zijn langwerpig en allemaal ongeveer even breed. De buitenste staan boogvormig af. Ze zijn begroeid met zwarte haren. Het vruchtbeginsel is onderstandig.


kuleuven-kulak.be


AnRo0002 - CC0


kuleuven-kulak.be


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn bruinzwart, niet of heel kort gesnaveld en met wit vruchtpluis. De haren van het vruchtpluis zijn afstaand geveerd. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


John de Vos - CC BY-SA 2.0 FR


kuleuven-kulak.be


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open tot gesloten plaatsen op droge tot iets vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, basische, kalkhoudende grond (zand, mergel, zavel en grind).

Groeiplaatsen: Hellingen, bermen, grazige ruigten, grasland (kalkgrasland), rivierdijken (vaak enigszins verstoorde plaatsen), rivierduinen, zeeduinen, kapvlakten, ruderale plaatsen, tussen straatstenen, stenige industrieterreinen, langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen) en afgravingen (kalkgroeven).

Verspreiding

Wereld: Gematigde streken in Europa en Azië. Ingeburgerd in Australië en Noord-Amerika.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen in de Hollandse duinen, in het rivierengebied en aangrenzende gebieden en in Zuid-Limburg. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen, maar zeldzaam in het Vlaams district en in de Kempen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij algemeen, maar vrij zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora regni borussici, deel 11, A.G. Dietrich (1843)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 5, J.E. Sowerby (1866)


British entomology, deel 3, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


British phaenogamous botany, deel 4: W. Baxter (1834-1843)


La flore et la pomone francaises, deel 3, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1830)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Icones Plantarum Indiae Orientalis, deel 3, R. Wight (1846)

© 2001-2019 K.M. Dijkstra