Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Echt duizendguldenkruid - Centaurium erythraea

Andere namen

Frysk: Haverine

English: Common centaury

Français: Petite Centaurée

Deutsch: Echtes Tausendgüldenkraut

Verouderde of andere namen: Centaurium minus, Erythraea centaurium

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Gentianales

Familie: Gentianaceae (Gentiaanfamilie)

Geslacht: Centaurium (Duizendguldenkruid)

Soort: Centaurium erythraea

Naamgeving (Etymologie): Centaurium is afkomstig van een Griekse sage. Volgens deze Griekse sage gebruikte de Centaur Chiron de plant als geneeskruid en heelde de wonden van Hercules. Later werd de naam veranderd in centum auri (100 goudstukken of 100 gulden als waardering van het kruid). In het Nederlands werd het getal met een 0 uitgebreid en werd zo 1000. Erythraea betekent roodachtig, genoemd naar de kleur van de bloemen.

Kruising: Echt duizenguldenkruid kan een bastaard vormen met Strandduizendguldenkruid (Centaurium x intermedium).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september.

Afmeting: 8-60 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


John Tann - CC BY 2.0


kuleuven-kulak.be

Wortels


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: Eén of meer vierkantige (met vier smalle lijsten), rechtopstaande bloeistengels, die bovenaan zijn vertakt.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Donald Macauley - CC BY-SA 2.0


AnRo0002 - CC0

Bladeren: De 1-2 cm brede blaadjes vormen eerst een overwinterend wortelrozet. Deze bladen zijn elliptisch tot omgekeerd eirond, meestal stomp, hebben drie tot zeven (meestal vijf) nerven. Tijdens de bloei verwelkt de rozet. De kruisgewijs tegenoverstaande stengelbladen zijn eirond, spatelvormig of lijn-lancetvormig en hebben meestal drie (soms vijf) nerven. Ze zijn minder dan drie keer zo lang als breed. De bladrand is gaaf.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be


kuleuven-kulak.be


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De licht roze bloemen vormen samen een losse schermachtige bloeiwijze. De bloemen zijn 0,9-1½ mm groot, zelden gesteeld en vijfspletig (vijf vergroeide kroonbladen en vijf kelktanden). Ze hebben een 0,9-1½ cm lange buis en eironde, stompe, 5-8 mm lange slippen. De kroonbuis is bij het opengaan van de bloemen langer dan de kelk. De zoom is bijna vlak. Het vruchtbeginsel is bovenstandig en een lange dunne stijl met een schijfvormige stempel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. De doosvrucht is ongeveer even lang als de kelk. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


H. Zell - CC BY-SA 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

   

Biotoop

Bodem: Zonnige, open (pioniervegetaties) tot grazige plaatsen op vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure tot basische (kalkrijke) grond. Zoutmijdend (zand, zavel, leem, lichte klei, löss en mergel (vermengd met grind).

Groeiplaatsen: Bossen (langs zonnige bospaden), bosranden, struwelen, kapvlakten (op löss), opgespoten grond, afgravingen (leemgroeven, kleigroeven), langs spoorwegen (spoorwegterreinen en spoordijken), industrieterreinen, zeeduinen (kort afgegraasd weiland in duinvalleien), grasland (laagblijvend hooiland en langs afgestoken greppelkanten), bermen, kalkhellingen en soms aan waterkanten (slootkanten).

Verspreiding

Wereld: Europa, noordelijk tot in het Oostzeegebied. Ook in Noordwest-Afrika en hier en daar in Zuidwest-Azië, Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.


gbif.org

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in de Zeeuwse en Hollandse duinen, vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, Noord-Brabant, in het oosten van het land en rond Amsterdam en zeldzaam in Flevoland. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Echt duizendguldenkruid

Verspreidingsatlas.nl

Echt duizendguldenkruid x Strandduizendguldenkruid (Centaurium x intermedium)

Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen in de duinen. Elders minder algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd. Beschermd.

Wallonë: Vrij algemeen in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Elders zeldzamer.

Toepassingen

Medicinaal: Door de oude Romeinen werd de plaats wegens zijn bittere smaak als fel terrae = aardgal aangeduid. Volgens Dioskuridus is de plant een wondheelmiddel. Zij voert de galachtige en dikke sappen door de stoelgang af, bevordert de menstruatie en helpt bij oogklachten.

Bleekmiddel: De plant diende ook als bleekmiddel voor de haren.

Bijgeloof: In de Middeleeuwen geloofde men dat de plant werkt als (net als veel andere roodbloeiende planten) anti-demonen middel. Men kon er niet alleen heksen mee verjagen, maar ook met een krans van duizendguldenkruid op het hoofd de heksen in de Johannisnacht naar de Bocksberg zien vliegen (hier vierden zij het zomerzonnewende feest).

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 7, Adolphus Ypey (1813)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 7, Adolphus Ypey (1813)


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)
Cleyn Santorie


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)
Cleyn Santorie


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)
Cleyn Santorie


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)
Cleyn Santorie


Deutschlands flora, deel 3, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Atlas der officinellen Pflanzen, deel 1, O.C. Berg, C.F. Schmidt (1891-1893)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


British phaenogamous botany, deel 5: W. Baxter (1834-1843)


Plantae officinales, deel 1, T.F.L. Nees von Esenbeck, A. Henry (1828-1833)


Herbarium Blackwellianum, deel 5, E. Blackwell (1765)


Herbier de la France, deel 7, P. Bulliard (1776-1783)


Medical Botany, deel 2, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


Repräsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erläuterndem Text, deel 26, C. Bollmann (1879-1882)


Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flore portugaise, deel 1, J.C. von Hoffmannsegg (1809-1840)


Medizinal Pflanzen, deel 1, F.E. Köhler, W. Müller (1887)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 1, F.B. Vietz (1800)


Erythraea latifolia
English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)


Svensk botanik, deel 4, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Album de la flora médico-farmacéutica industrial, indigena y exotica, deel 2, V. Martin de Argenta (1863)


Flora Londinensis, deel 4, William Curtis (1781-1784)


Flora Parisiensis, deel 4, P. Bulliard (1776-1781)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Die officinellen Pflanzen der Pharmacopoea Germanica, F.G. Kohl (1891-1895)


Viridarium reformatorum, deel 1, M.B. Valentini (1719)


Botanische wandplaten


fig. 2
Botanische wandplaten


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Water color sketches of fruits and flowers of Bermuda, Helen Sharp (1892-1903)


British entomology, deel 4, J. Curtis (1823-1840)


Flora regni borussici, deel 3, A.G. Dietrich (1835)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra