Wilde planten in Nederland en België

Echt lepelblad - Cochlearia officinalis

Frysk: Leppelblêd

English: Common scurvygrass

Français: Cochléaire officinale

Deutsch: Löffelkraut

Verouderde of andere namen: Cochlearia officinalis subsp. officinalis

Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam is ontleend aan de vorm van de bladen. Cochlearia komt uit het Latijn (cochlear) en betekentlepel. Officinalis komt van het Latijnse officium (werkplaats, in plantkundig/medische verband is dat de apotheek). Officinalis betekent in gebruik in de apotheek / geneeskrachtig.

(Onder)soorten: Tot voor kort werden Echt lepelblad en Engels lepelblad beschouwd als ondersoorten: Echt lepelblad (Cochlearia officinalis subsp. officinalis) en Engels lepelblad (Cochlearia officinalis subsp. anglica). Tegenwoordig zijn het twee afzonderlijke soorten. Wel zijn er vaak tussenvormen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig of overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: April, mei, juni.

Afmeting: 10-40 cm.

© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Catherine Copigny - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Rechtopstaande stengels.

© Mark Uittenbogerd - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Thierry Pernot - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De bladeren zijn wintergroen. De rozetbladen zijn hartvormig met een lange steel. De bovenste bladeren zijn vlezig, eivormig en bochtig ingesneden. Ze zijn zittend en stengelomvattend met een hartvormige voet.

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Thierry Pernot - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bloemen: Tweeslachtig. De witte, 0,8-1 cm grote bloemen vormen samen brede pluimen.

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Mark Uittenbogerd - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een doosvrucht. De 4-7 mm lange hauwtjes zijn eivormig tot bolvormig en aan de voet en vaak ook aan de top afgerond. Ze zijn korter dan de steel. Het tussenschot is 1½-3 keer zo lang als breed. Tweezaadlobbig.

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, brakke grond. Ook op stenige plaatsen.

Groeiplaatsen: Moerassen (langs brakke rietlanden en brakke moerassen), hoge kwelders (schorren), grasland (zilt grasland), grazige klippen, glooiingen, zeedijken, soms in de bergen en waterkanten (langs de rietkragen van brede sloten en ander brak water).

Verspreiding

Wereld: Het kustgebied van West- en Noord-Europa. Ook op enkele geïsoleerde groeiplaatsen in Midden-Europa.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in Noord- en Zuid-Holland en in Zeeland. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeldzaam aan de monding van de Schelde.
Wallonië:
Niet in Wallonië.

Toepassingen

Medicinaal: Echt lepelblad bevat veel vitamine C. Het was een uitstekend kruid tegen scheurbuik, een ziekte die vroeger vooral bij zeelieden veel voorkwam. Gebrek aan vitamine C was de oorzaak van deze ziekte. Al in de 15de eeuw kende men de genezende werking van Lepelblad en enige andere Kruisbloemigen en van citrusvruchten. Echt lepelblad is desinfecterend en activeert de stofwisseling. Het heeft een positieve invloed op de functie van gal en lever en werkt licht vochtregulerend. Het kan reumaklachten verminderen.

Keuken: De verse blaadjes kun je toevoegen aan salades. Ze smaken goed bij aardappels, in kwark of als broodbeleg. Als de smaak van het blad of het uitgeperste sap iets te scherp is, kun je lepelblad vermengen met andere soorten sla of sappen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Botanische wandplaten


Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Medizinal Pflanzen, deel 1, F.E. Köhler, W. Müller (1887)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Atlas der officinellen Pflanzen, deel 3, O.C. Berg, C.F. Schmidt (1896-1899)


British phaenogamous botany, deel 5: W. Baxter (1834-1843)


Plantae officinales, deel 1, T.F.L. Nees von Esenbeck, A. Henry (1828-1833)


Flore médicale, deel 3, F.P. Chaumeton (1830)


La botanique de J.J. Rousseau, J.J. Rousseau, P.J. Redouté (1805)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Svensk botanik, deel 2, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Medical Botany, deel 3, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 1, J.E. Sowerby (1863)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora Parisiensis, deel 1, P. Bulliard (1776-1781)


Viridarium reformatorum, deel 1, M.B. Valentini (1719)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 1, F.B. Vietz (1800)


Die officinellen Pflanzen der Pharmacopoea Germanica, F.G. Kohl (1891-1895)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL