Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Eekhoorngras - Vulpia bromoides

Frysk: S‚nringers

English: Squirrel-tail fescue

FranÁais: Vulpie queue díťcureuil

Deutsch: Trespen-Federschwingel

Synoniemen: Festuca bromoides

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Vulpia is genoemd naar de Duitse chemicus, apotheker en botanicus Johann Samuel Vulpius (1760-1846). Bromoides betekent op Bromus (dravik) gelijkend.

Kruising: Eekhoorngras kan een kruising vormen met Rood zwenkgras (Festuca rubra x Vulpia bromoides).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt

Hoofdbloei: Mei, juni, juli.

Afmeting: 6-50 cm.


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl

Wortels


swbiodiversity.org - CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org - CC BY-NC 3.0


usuherbarium.usu.edu -
CC0-1.0


usuherbarium.usu.edu -
CC0-1.0

Stengels: De soort groeit in kleine pollen of er is maar ťťn stengel. Deze stengel kan al dan niet vertakt zijn.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren:


Julien Barataud - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Peter Meininger - freenatureimages.eu


hasbrouck.asu.edu - CC BY-NC 3.0


bertrant.bui - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De meestal rechtopstaande pluim is korter dan 1 dm en komt meestal ver buiten de bovenste bladschede uit. De onderste tak is tot half zo lang als de bloeiwijze. Het onderste kelkkafje is 3-6 mm en ruim half zo lang als het bovenste. Het heeft drie nerven.


drienervig kelkkafje

© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkarme, zwak zure, humusarme grond (zand, vaak met leem of klei in de ondergrond en soms op zavel en stenige grond).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (binnenduingrasland), omgewerkte grond, braakliggende grond, langs spoorwegen, afgravingen (kiezel- en steengroeven, zand-, leem-, en grindgroeven), bermen, heide, hellingen, bosranden, akkers (zandakkertjes), muren, tussen straatstenen en grasland (open plekken en zandruggetjes in vochtig poldergrasland op Texel en droog, zuur grasland).

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ, sommige Afrikaanse gebergten, eilanden in de Atlantische Oceaan en in West-, Midden- en Zuid-Europa. Noordelijk tot in Schotland en het Oostzeegebied. Ingeburgerd in Amerika, Zuid-Afrika, delen van centraal-Afrika, AustraliŽ en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Zeldzaam in het zuiden, oosten en midden van het land en langs de kust van Walcheren, Schouwen, Goeree, Texel, Terschelling en Ameland.

Vlaanderen: Vrij zeldzaam.
WalloniŽ:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora von Deutschland in Abbildungen nach der Natur, Zweite auflage, deel 3, J. Sturm, E.H.L. Krause, K.G. Lutz (1900)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Flora of Guatemala, deel 2, P.C. Standley, J.A. Steyermark (1946-1977)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL