Wilde planten in Nederland en België

Eenarig wollegras - Eriophorum vaginatum

Frysk: Flok

English: Hare's-tail cottongrass

Français: Linaigrette engainée

Deutsch: Scheidiges Wollgras

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Eriophorum komt van het Griekse erion (wol) en pherein (dragen), omdat het aartje er na de bloeitijd wollig uitziet. Vaginatum betekent met (grote) scheden.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Maart t/m mei.

Afmeting: 30-60 cm.


Elke Freese - CC BY-SA 3.0


Elke Freese - CC BY-SA 3.0


Elke Freese - CC BY-SA 3.0


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0

Wortels: Geen wortelstokken.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Dichte pollen vormend. De rechtopstaande, gevulde, ronde, maar naar de top stomp driekantige stengels zijn langer dan de bladen.


Elke Freese - CC BY-SA 3.0


DEr devil - CC BY-SA 3.0


Estormiz- Public Domain


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Bladeren: Vele 1 mm brede, driekantig-borstelvormige bladeren aan de voet van de stengel. Hogerop zitten één tot drie buikige (opgeblazen), aan de mond scheef afgesneden scheden zonder of soms met een zeer kleine bladschijf.


Elke Freese - CC BY-SA 3.0


Elke Freese - CC BY-SA 3.0


Qwert1234 - CC BY-SA 3.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Bloemen: Tweeslachtig. Met veel schutbladen aan de voet van de aar, die lijken op vergrote kafjes. De bloeiwijze bovenaan de stengel bestaat uit slechts één aar. De rechtopstaande, langwerpig-eironde aar is 1-3 cm lang en bevat soms wel honderd bloemen. De helmknoppen zijn 2-4 mm lang. De bruine of grijsachtige kafjes hebben één nerf. De borstels zijn gaaf. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Krzysztof Ziarnek - CC BY-SA 3.0


James Lindsey - CC BY-SA 3.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Calum McLennan - CC BY-NC 4.0

Vruchten: Het 2-3 mm lange nootje is driekantig. De witte haren worden tot 2½ cm lang. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Elke Freese - CC BY-SA 3.0


Jörg Hempel - CC BY-SA 2.0 de


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, zelden half beschaduwde plaatsen op natte, voedselarme, zure gond (hoogveen, zelden op venig zand).

Groeiplaatsen: Moerassen (hoogveen, op de flanken en toppen van hoogveenbulten, met name op drijvende veenmosbulten en in met veenmos verlandende vennen), waterkanten (langs vennen), heide (natte dopheidevelden) en kapvlakten (van moerasbossen en berkenbroekbos).

Verspreiding

Wereld: Koude en koel-gematigde gebieden op het noordelijk halfrond.

Nederland: Vrij zeldzaam in Drenthe, Zuidoost-Fryslân en Noord-Overijssel, zeldzaam in Noord-Brabant, Noord-Limburg en in het oosten en midden van het land en zeer zeldzaam in laagveengebieden.

Vlaanderen: Zeldzaam in de Kempen.
Wallonië:
Vrij zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Flora von Deutschland in Abbildungen nach der Natur, Zweite auflage, deel 2, J. Sturm, E.H.L. Krause, K.G. Lutz (1900)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Svensk botanik, deel 4, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora Londinensis, deel 4, William Curtis (1781-1784)


Botanische wandtafeln, A. Peter (1901)


Flora Parisiensis, deel 5, P. Bulliard (1776-1781)


Flora Parisiensis, deel 8, P. Bulliard (1776-1781)


Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL