Wilde planten in Nederland en België

Eenbloemig parelgras - Melica uniflora

Frysk:

English: Wood melick

Français: Mélique uniflore

Deutsch: Einblütiges Perlgras

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Waarschijnlijk is de naam Melica oorspronkelijk in Italië aan Sorgho gegeven, waarvan het merg naar honing (mele) smaakt. Uniflora betekent eenbloemig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: April t/m juni(-augustus).

Afmeting: 30-60 cm.


raru3000 - CC BY-NC 4.0


Krzysztof Ziarnek - GFDL


BerndH - CC BY-SA 3.0


Donkey shot - CC BY-SA 4.0

Wortels: Kruipende, kweekachtige wortelstokken.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Grote groepen vormend. De stengels zijn glad.


BerndH - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Marco Schmidt - CC BY-NC-SA 4.0

Bladeren: De bladen zijn voor ontplooiing opgerold. Ze zijn 3-6 mm breed. De kale, gesloten bladscheden hebben kleine, 1-4 mm lange aanhangsels die tegenover de bladschijf staan.


Willow -
CC BY 2.5


Patrick Hacker -
CC BY 4.0


Daderot - CC0


Christian Berg - CC BY 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen samen een losse pluim met weinig bloemen en schuin omhoog staande (rechtop afstaande) zijtakken. De rechtopstaande aartjes zijn lichtbruin, eivormig, 5-6 mm en bevatten maar één bloem. Het onderste kelkkafje heeft drie nerven. Het bovenste kelkkafje is breder en vaak iets langer en heeft vijf nerven. Het is even lang als het hele aartje. Na de bloei gaat het wijd uit staan.


Sten - CC BY-SA 3.0


Gilles San Martin - CC BY-SA 2.0


Pmau - CC BY-SA 4.0


Donkey shot - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Sten -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Joram de Gans -
CC BY 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde tot beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke en matig stikstofrijke, zwak zure tot licht kalkhoudende grond met een rdelijk goed verterende strooisellaag. Op plekken met losse humus (leem, löss en klei).

Groeiplaatsen: Bossen (kalkrijke, gemengde loofbossen, oude loofbossen en hellingbossen).

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië, Noordwest-Afrika (Atlasgebergte) en Midden-, Zuidoost- en West-Europa.

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en zeer zeldzaam in het oostelijke rivierengebied.

Vlaanderen: Plaatsdelijk vrij algemeen. Het meest in de Leemstreek.
Wallonië:
Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 11, Jan Kops en P. M. E. Gevers Deijnoot (1853)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Flora Londinensis, deel 5, William Curtis (1784-1788)


British entomology, deel 5, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


La flore et la pomone francaises, deel 5, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1832)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL