Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Egelantier - Rosa rubiginosa

Frysk: Boskroas

English: Sweet briar

FranÁais: Rosier rouillť

Deutsch: Schottische Zaunrose

Synoniemen: Rosa eglanteria

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Rosa is het Latijnse woord voor roos. De naam komt komt via het Griekse rodon van het Oudperzische wurdo (doornstruik). Rubiginosa betekent roestig of roestkleurig.

Opmerking: Een zeer variabele struik die in 2003 werd gesplitst in verschillende soorten: Egelantier (Rosa rubiginosa), Schijnviltroos (Rosa pseudoscabriuscula), Kleinbloemige roos (Rosa micrantha) en Kraagroos (Rosa agrestis).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Hoofdbloei: Juni, juli, augustus.

Afmeting: 60-200 cm.


AmonDhan -
GFDL


Alastair Rae -
CC BY-SA 2.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb

Takken: De rechtopstaande takken en (ronde) twijgen hebben brede (met een brede voet) haakvormig gekromde stekels en soms ook naaldvormige stekels. De schors is glad en grijs, grijsgroen of bruin.


Muriel Bendel -
CC BY-SA 4.0


John Tann -
CC BY 2.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Bladeren: De verspreidstaande bladeren zijn vijf- of zeventallig (veerdelig) met vrij kleine eironde, enkel of dubbel gezaagde deelblaadjes, die aan de bovenkant glanzend en kaal zijn, maar van onderen zijn ze dicht bezet met klieren. Bij wrijven verspreiden ze een zoetzure appelgeur. Meestal zijn er weinig gewone haren. Aan de bladvoet zitten twee steunblaadjes.


Sebastian Bieber -
CC BY-SA 2.0 de


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bloemen: Tweeslachtig. De vijftallige, rozerode bloemen zijn 1,8-2,8 cm en staan meestal alleen, maar soms met twee of drie bij elkaar. De kroonbladen hebben een bijna witte nagel. De bloemstelen, met meestal gesteelde klieren, worden tot 1 cm, zelden tot 1Ĺ cm lang. De kelkbladen, met zijslippen, staan na de bloei af en vallen niet snel af. Een halfonderstandig vruchtbeginsel.


Stan Shebs -
CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een vlezige schijnvrucht. De vuurrode bottels zijn bolvormig tot eivormig. Soms zijn ze begroeid met gesteelde klieren. Meestal zit boven op de bottel een kroontje van rechtopstaande tot afstaande kelkbladen. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan ťťn jaar). Tweezaadlobbig.


John Tann -
CC BY 2.0


John Tann -
CC BY 2.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkrijke grond (zand, mergel, leem, klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Hagen, struwelen, bosranden, zeeduinen (duinstruweel), grindstranden, bermen, hoge zandige uiterwaarden en kalkhellingen.

Verspreiding

Wereld: Voornamelijk in West- en Midden-Europa, noordelijk tot in Zuid-ScandinaviŽ. Ook in Noordwest-Afrika en Zuidwest-AziŽ. Ingeburgerd in AustraliŽ, Nieuw-Zeeland, Noord- en Zuid-Amerika en mogelijk ook in Zuid-Afrika.

Nederland: Vrij algemeen in de Hollandse en Zeeuwse duinen en vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en het rivierengebied. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Algemeen in de duinen en vrij algemeen in de Voerstreek en in Haspengouw. Elders zeldzamer.
WalloniŽ:
Vrij algemeen in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Elders zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 11, Jan Kops en P. M. E. Gevers Deijnoot (1853)


Cruijdeboek, deel 6, Rembert Dodoens. Van der boomen, haghen, ende alle houtachtighe gewassen, en van huerder vruchten, gummen ende sapen ondersceet, fatsoen, naem, natuere, cracht ende werkinghe (1554)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1905)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL