Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Elzenzegge - Carex elongata

Frysk: Elzesigge

English: Elongated sedge

FranÁais: LaÓche allongťe

Deutsch: Walzen-Segge

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Elongata betekent verlengd.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 30-60(-100) cm.


Don Pedro28 -
CC BY-SA 3.0


joerg_ewald -
CC BY-NC 4.0


Andreas Kelager -
CC BY 4.0


Alexander Dubynin -
CC BY-NC 4.0

Wortels


Ennio - CC BY-NC-ND 4.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Dicht zodevormend (pollen of soms horsten). De dunne, meestal vrij slappe bloeistengels zijn scherp driekantig, ruw van onderen en gaan tenslotte vaak overhangen. Ze zijn alleen onderaan bebladerd.


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 4.0


Kilian KŲnig -
CC BY-NC 4.0


© Peter Meininger - verspreidinigsatlas.nl


Mathilde Duverger - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De bladen zijn meestal niet breder dan 5 mm. Ze zijn geleidelijk toegespitst, vrij ruw en ongeveer even lang als de stengel. De onderste bladscheden zijn roodbruin, met dwarsnerven en rafelen niet of nauwelijks.


Udo Schmidt -
CC BY-SA 2.0


Don Pedro28 -
CC BY-SA 3.0


Ennio -
CC BY-NC-ND 4.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De schutbladen zijn kafjesachtig of zelden priemvormig (bladachtig). De spoedig bruin wordende bloeiwijze is 3-10 cm lang en bestaat uit zes of meer zittende aren. De aren zijn in omtrek langwerpig-eivormig tot langwerpig. De bovenste staan dicht opeen, de onderste iets verder van elkaar. Onderaan zitten enkele mannelijke bloemen, hogerop de vrouwelijke met twee stempels. De eironde, iets spitse kafjes zijn licht roodbruin met een groene kiel.


Don Pedro28 -
CC BY-SA 3.0


Ennio -
CC BY-NC-ND 4.0


Ennio -
CC BY-NC-ND 4.0


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De glanzige, kastanjebruine en wijd uit staande urntjes (ze staan niet stervormig uitgespreid) zijn platbol, langwerpig en 2-3 mm lang. Ze hebben uitstekende nerven, een gegroefde rug en zijn versmald in een korte, afgeknotte snavel. De lichtbruine vrucht is iets meer dan 1 mm lang, elliptisch en aan beide kanten nauwelijks toegespitst. Eenzaadlobbig.


Mathilde Duverger - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Karel Samyn -
CC BY-NC-SA 4.0


Gennadiy Okatov -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Half beschaduwde tot beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselarme tot meestal matig voedselrijke, zwak zure grond (humeus tot venig zand en leem, laagveen en soms op kleihoudend veen).

Groeiplaatsen: Bossen (moerasbossen, loofbossen, humusrijke plekken en langs bosgreppels), kapvlakten (met enige beschutting van struweel), waterkanten (beschaduwde slootkanten), moerassen, grasland (moerassige weiden en schraal grasland, met name langs sloten en greppels) en heide (moerassige plaatsen).

Verspreiding

Wereld: Midden- en West-AziŽ en Oost-, Midden- en West-Europa. Westelijk tot in Midden-Noorwegen, Noord-Engeland en West-Frankrijk.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in het oosten en midden van het land, zeldzaam in aangrenzende laagveengebieden en in het rivierengebied en zeer zeldzaam in Zuid-Limburg. Niet in een 30 tot 80 kilometer breed gebied langs de kust.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest in de Kempen.
WallonŽ:
Vrij zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Beschreibung und Abbildung der theils bekannten, theils noch nicht beschriebenen Arten von Riedgršsern, C. Schkuhr (1801)


Das Pflanzenreich, deel 20, H.G.A. Engler (1900-1968)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL