Wilde planten in Nederland en België

Engels slijkgras - Spartina anglica

Frysk: Slykgers

English: Common cordgrass, English cordgrass

Français: Spartine d'Angleterre

Deutsch: Salz-Schlickgras

Synoniemen: Sporobolus anglicus

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Spartina is afgeleid van Griekse spartine (koord of strik), de bladen werden wel gebruikt om koorden te maken. Anglica verwijst naar Engeland.

Kruising: Engels slijkgras kan een bastaard vormen met Klein slijkgras (Basterdslijkgras-Spartina x townsendii).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli t/m november.

Afmeting: 20-130(-175) cm.


Jürgen Howaldt -
CC BY-SA 2.0 de


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Christine Morrow -
CC BY-NC 4.0


lern -
CC BY-NC 4.0

Wortels: Ver kruipende, vlezige wortelstokken.


Wessel Meijer -
CC BY-NC-SA 4.0


Han Brendeke - CC BY-NC-ND 4.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Stijve rechtopstaande stengels.


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Sten -
CC BY-SA 3.0


Nathalie De Somer - CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: De vlakke, grijsgroene, stijve bladen zijn 0,4-1,5 cm breed en eindigen in een harde fijne punt. De bovenste bladen staan vaak wijd af. De langste haren van het tongetje zijn 1,8-3 mm lang.

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Julien Barataud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


František Pleva - biolib.cz - Public Domain


František Pleva - biolib.cz - Public Domain

Bloemen: Tweeslachtig. Een 10-25 cm lange bloeiwijze met twee tot twaalf slanke, rechtopstaande aarvormige deelbloeiwijzen. De dicht tegen de as aangedrukte aartjes zijn 1,5-2,6 cm lang en gerangschikt in twee rijen. Elk aartje bevat één bloem. De aartjesloze top van de aaras wordt tot 5 cm lang. Het bovenste kelkkafje is tot 2 cm lang. De helmknoppen zijn 0,5-1,3 cm lang. Bij rijpheid volledig buiten de kafjes openspringend.


Sten -
CC BY-SA 3.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Jeroen Bouma - CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Leo Apon - CC BY-NC-ND 4.0


Peter Meininger -
CC BY-NC-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op natte, voedselrijke, zilte en slibrijke grond (zand en klei).

Groeiplaatsen: Slikken, kwelders (schorren), plaatsen met sterke kwel van zout water, bedijkte (zout gebleven) kwelders en soms in de duinen als duinvormer.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit West-Europa. In Europa van Bretagne tot Ierland, Schotland en Jutland. Ingeburgerd in Australië, Noord-Amerika en Oost-Azië.

Sporobolus anglicus

Nederland: Plaatselijk algemeen in het Deltagebied en vrij algemeen in het Waddengebied.

Vlaanderen: Zeldzaam langs de kust.
Wallonië:
Niet in Wallonië.

Wetenswaardigheden

Engels slijkgras is omstreeks 1890 ontstaan uit de natuurlijke kruising tussen Amerikaanse slijkgras (Spartina alterniflora) met 62 chromosomen en het in Zuid-Engeland inheemse Klein slijkgras (Spartina maritima) met 60 chromosomen. De omstreeks 1870 gevormde steriele hybride met 61 chromosomen werd Spartina townsendii genoemd. Rond 1890 ontstond door verdubbeling van het aantal chromosomen het fertiele Engels slijkgras met 122 chromosomen, maar de plant vermeerderd zich echter hoofdzakelijk vegetatief. Het zaad van het Amerikaanse slijkgras kwam destijd mee met het ballastwater van schepen en kwam sinds 1816 voor langs de kust van Engeland. In 1924 werden stukken wortelstokken voor het eerst in Nederland ingevoerd en in 1926 op de Zeeuwse slikken aangeplant, in 1927 in Duitsland en in 1931 in Denemarken. Van hieruit heeft Engels slijkgras zich in het Waddengebied verder verspreid.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL