Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Europese blazenstruik - Colutea arborescens

Andere namen

Frysk:

English: Bladder-senna

Français: Baguenaudier

Deutsch: Gelber Blasenstrauch

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Fabales

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Geslacht: Colutea (Blazenstruik)

Soort: Colutea arborescens

Naamgeving (Etymologie): Colutea is afkomstig van het Grieksche colutao: ik maak gedruis (de peul springt met grote kracht open). Volgens anderen komrt de naam van van koiloo dat uithollen betekent, vanwege de opgeblazen peul, die met lucht gevuld is. Het kan ook zijn afgeleid van het Griekse koilos (wapen). Kolotea was de oude naam van een houtige struik met peulen. Arborescens betekent boomachtig.

Kruising: Europse blazenstruik kan een bastaard vormen met Blazenstruik (Colutea orientalis): Oranje blazenstruik (Colutea x media).

Colutea x media


© Rutger Barendse - verspreidingsatlas.nl


© Rutger Barendse - verspreidingsatlas.nl


© Rutger Barendse - freenatureimages.eu


© Rutger Barendse - freenatureimages.eu

Andere soort: Blazenstruik (Colutea orientalis): Als de Europese blazenstruik, maar de kroonbladen zijn oranje-bronskleurig en de kiel is toegespitst. De gebogen vrucht springt aan de top open.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli, maar soms ook in oktober.

Afmeting: 1,50-4,00 meter.

Takken: Een rechtopstaande, vertakte heester. Jonge takken en bladen zijn fijn aanliggend behaard.

Bladeren: De dofgroene, meestal negen tot dertien blaadjes zijn omgekeerd eirond tot omgekeerd hartvormig. Ze worden 1,5-3 cm lang, zijn duidelijk geaderd, gaafrandig en vaak uitgerand. De bladen hebben kleine, vrije, lancetvormige steunblaadjes.

Bloemen: De gesteelde trossen worden gevormd uit twee tot acht, ongeveer 2 cm grote, hangende, okselstandige bloemen. De kroonbladen zijn heldergeel. De cirkelvormige vlag heeft rode vlekken. De kiel is spits. De zwaarden
zijn sikkelvormig. Deze zijn korter dan de kiel. De kiel loopt in een korte, afgeknotte snavel uit. De korte, klokvormige kelk is behaard en heeft vijf ongelijke, driehoekige tanden, die vier keer zo kort zijn als de buis. De stijl is aan de top haakvormig gebogen en draagt de stempel zijdelings.


© Dick kerkhof - verspreidingsatlas.nl


Peter Hegi - CC BY-NC-SA 3.0 NL


AnRo0002 - CC0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De kale, hangende, opgeblazen vrucht (peul) is 4-7 cm lang en 2-3 cm breed. De geaderde wanden zijn erg dun. Ze zijn niet gebogen en aan de top niet toegespitst en daar niet openspringend. De vele zaden zijn vrijwel zwart en vrij rond. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Isidre blanc - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op vrij voedselarme tot matig voedselrijke op vochthoudende tot vrij droge, zwak zure tot meestal kalkhoudende grond.

Groeiplaatsen: Kalkachtige heuvels, zeeduinen, tuinen, parken, kalkhellingen, kanaal- en spoorwegbermen, ruigten en in stedelijke gebieden.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-Europa, Klein-Azië en Noord-Afrika. Elders plaatselijk ingeburgerd.


gbif.org

Nederland: Plaatselijk verwilderd vanuit tuinen. Niet ingeburgerd.
Oranje blazenstruik (Colutea x media): Deze struik komt ook geregeld verwilderd voor.

Europese blazenstruik

Verspreidingsatlas.nl

Oranje blazenstruik - Colutea x media

Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Plaatselijk ingeburgerd. Hert meest in de duinen. Vroeger ook vrij veel op de Sint Pietersberg, maar daar is zij nu verdwenen.
Oranje blazenstruik (Colutea x media): Mogelijk ook plaatselijk ingeburgerd in de duinstreek (De Haan-Wenduine).

Wallonië: Op een paar plaatsen ingeburgerd, onder meer in Namen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 12, Jan Kops, P. M. E. Gevers Deijnoot en F. A. Hartsen (1865)


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Afbeeldingen der fraaiste, meest uitheemsche boomen en heesters, J.C. Krauss (1840)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Unsere Waldbäume, Sträucher und Zwergholzgewächse, L. Klein (1910)


Vollständige Beschreibung und Abbildung der Sämmtlichen Holzarten, F.L. Krebs (1826)


Flore médicale, deel 1, F.P. Chaumeton (1833)


Traité des arbrisseaux et des arbustes cultivés en France, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1825)


Traité des arbres et arbustes, Nouvelle édition, deel 3, H.L. Duhamel du Monceau, P.J. Redouté (1806)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Flora Parisiensis, deel 6, P. Bulliard (1776-1781)


Histoire naturelle des végétaux, Atlas, E. Spach, M. elle F. Legendre (1834-1847)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Flora Graeca, deel 8, J. Sibthrop, J.E. Smith (1833)


Botanical Magazine, deel 3 (1790)


The new botanic garden, deel 1, R.W. Dickson, S.T. Edwards (1812)


Leguminosae, Natürliche Pflanzenfamilien III, Paul Hermann Wilhelm Taubert (1891)


Flora forestal española, Atlas, deel 2, M. Laguna y Villanueva, P. de Avilla y Zumarán (1890)


Phytanthoza iconographia, deel 2, J.W. Weinmann (1739


Disegni diversi di piante e animali, Froeschl, van der Heyden, Snijders


Introductio generalis in rem herbariam, deel 3, A.Q. Rivinus (1690-1777)


Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


Plantarum seu stirpium icones, deel 2, M. de Lobel (1581)

© 2001-2019 K.M. Dijkstra