Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Europese hanenpoot - Echinochloa crus-galli

Frysk: Groubealch

English: Cockspur

Français: Pied-de-coq

Deutsch: Hühnerhirse

Synoniemen: Hanenpoot

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De bloeistengels met aren deden mensen denken aan een hanenpoot. Echinochloa is gevormd uit de woorden echino (egel) en chola (gras, de eerste geelachtige groene kiemplant). Dit heeft te maken met de stevige genaalde bloeiaren (de stekelige aartjes) en de groengele tint van de bloeiwijze. Crus-galli betekent hanenpoot.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september, oktober.

Afmeting: 10-120 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Michael Becker -
CC BY-SA 3.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Diep wortelend, tot meer dan 1 meter.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande of knievormig gebogen stengels zijn vertakt, glad en kaal, maar behaard op de knopen. De bloeistengel is kantig. Hanenpoot groeit in pollen.


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bladeren: De tot 2 cm brede bladeren zijn donker grijsgroen met een gegolfde rand. De bladeren hebben een duidelijke lengtevouw. De bladscheden zijn gekield. De halm is aan de voet afgeplat en kaal. Op de overgang van bladschede naar de bladschijf zie je een richel. Er is geen tongetje.


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Michael Becker -
CC BY-SA 3.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De rechtopstaande bloempluim wordt tot 20 cm lang. De hoofdas is kantig met veervormig gerangschikte en van elkaar verwijderde, schuin afstaande trossen. Deze trossen zijn groen en vaak bruin tot paars aangelopen. De aartjes zijn eivormig met een toegespitste top (tot 4 mm lang). Van de twee bloemen is alleen de bovenste vruchtbaar. De bloemen zijn 3-4 mm lang, zonder de naalden. Het onderste kelkkafje heeft drie of vijf nerven. Ze zijn spits, ongeveer even lang als breed en even lang als een derde deel van het aartje. Het bovenste kelkkafje is eirond, toegespitst, heeft vijf nerven en is even lang als het aartje en bedekt de rugkant daarvan. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


AnRo0002 -
CC0


Liliane Roubaudi -
CC0


Gérard Leveslin -
CC0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge tot zeer vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak kalkarme en meestal omgewerkte grond (zand, leem, zavel, lichte klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Akkers (vooral maisakkers, maar ook in hakvruchtakkers tussen bieten en aardappels), tuinen (o.a. moestuinen), bermen (omgewoelde plekken), plantsoenen, boomspiegels, halfverhardingen, tussen straatstenen, ruderale plaatsen, bij persvoerkuilen, op plekken waar veel mest is terechtgekomen en op stortterreinen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa en Azië. Nu komt de soort voor in alle werelddelen in gebieden met een gematigd of warmer klimaat. Hanenpoot ontbreekt echter in grote delen van tropisch Afrika.

Nederland: Algemeen, maar zeldzaam in de Hollandse en Zeeuwse duinen en in het noordelijk zeekleigebied. Hanenpoot komt niet of nauwelijks voor in de duinen op de Waddeneilanden.

Vlaanderen: Algemeen.

Wallonië: Vrij zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Wetenswaardigheden

Europese hanenpoot is een berucht onkruid, met name in maïsakkers. De plant is net als maïs ongevoelig voor veel bestrijdingsmiddelen die in maïsakkers gebruikt worden. De naam hanenpoot wordt in vele streken ook gebruikt voor Zevenblad.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Species graminum, deel 2, K.B. Trinius en W.G. Pape (1829)


Flora Londinensis, deel 4, William Curtis (1781-1784)


The agricultural grasses of the United States,G. Vasey, C. Richardson (1884)


Animadversiones botanicarum specimen alterum, P. Arduino (1764)


Icones Plantarum, deel 27, W.J. Hooker, J.D. Hooker (1901)


Flora Argentina, deel 1, Carlos Bettfreund en F. Burmeister (1898)


Flora Brasiliensis, deel 2(2), C. Martius, A.G. Eichler, I. Urban, J. Huegel, J.C. Doell (1877)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Flora Parisiensis, deel 6, P. Bulliard (1776-1781)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Révision des gramineées [coloured version] (Distribution méthodique de la famille des Graminées, Plates), K.S. Kunth (1829)


Natal plants, deel 2, J.M. Wood, M.S. Evans (1899-1904)


Natal plants, deel 5, J.M. Wood, M.S. Evans (1904-1908)


© 2001-2020 K.M. Dijkstra