Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Fraai hertshooi - Hypericum pulchrum

Andere namen

Frysk: Heide sint-Janskrûd

English: Slender St John's-wort

Français: Millepertuis élégant

Deutsch: Schönes Johanniskraut

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Malpighiales

Familie: Hypericaceae (Hertshooifamilie)

Geslacht: Hypericum (Hertshooi)

Soort: Hypericum pulchrum

Naamgeving (Etymologie): Hertshooi betekent hard hooi. De plant heeft die naam te danken aan de harde en houtige stengels. Hypericum komt van het Griekse hypo en Erica (onder of tussen heide). Sommigen zeggen echter dat Hypericum verwijst naar de god Hyperion, vader van de zon in de Griekse mythologie, omdat de bloemen (net als de zon) heldergeel zijn. Pulchrum betekent fraai.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus.

Afmeting: 30-60 cm.


peganum - CC BY-SA 2.0


peganum - CC BY-SA 2.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Wortels


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande of opstijgende stengels zijn vaak rood aangelopen. Ze zijn aan de voet meestal vertakt. Met korte, niet-bloeiende zijstengels in de oksels van de onderste bladen.


peganum - CC BY-SA 2.0


peganum - CC BY-SA 2.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Bladeren: De tegenoverstaande bladeren zijn kaal, driehoekig-eirond, stomp en stengelomvattend. Met doorschijnende stippen. De bladeren van de zijtakken zijn smaller, kleiner en kort gesteeld. De bladrand heeft geen zwarte punten.


Danny Steven S. - CC BY-SA 4.0


Olivier Pichard - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is smal pluimvormig en zeer los met lange, vrijwel rechtopstaande zijtakken. De bloemknoppen zijn van buiten rood aangelopen. De 1,4-1½ cm grote bloemen zijn geel met een rode gloed. Aan de rand zie je vele zwarte klieren. De kelkbladen zijn elliptisch tot omgekeerd eirond, vrij stomp en aan de rand zwart-klierachtig gezaagd. De helmknoppen zijn oranje tot rozerood.


Danny Steven S. - CC BY-SA 4.0


J.F. Gaffard - CC BY-SA 3.0


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: De doosvrucht is driehokkig. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Danny Steven S. - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge, matig voedselarme, meestal leemhoudende, zwak zure grond (leem en zandig leem).

Groeiplaatsen: Bossen (langs bospaden), bosranden, struwelen, dichtgroeiende kapvlakten, heide, grasland, afgravingen (leemkuilen) en greppelkanten.

Verspreiding

Wereld: West-Europa, van Noord-Portugal en Noordwest-Spanje tot in Zuidwest-Noorwegen, oostelijk tot in Oost-Duitsland.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam in het oosten en midden van het land, in Zuid-Limburg en op Texel.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest in de Zand- en Zandleemstreek en in de Leemstreek.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij algemeen in het Maasgebied en in de Ardennen (ten zuiden van de lijn Samber en Maas). Elders zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 11, Jan Kops en P. M. E. Gevers Deijnoot (1853)


Flora Batava, deel 11, Jan Kops en P. M. E. Gevers Deijnoot (1853)


Naauwkeurige beschrijving der aardgewassen. Tweede boek. Van alle lage boomen, en heesteren of struvellen. Abraham Munting (1696)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Svensk botanik, deel 8, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Londinensis, deel 1, William Curtis (1775-1777)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


British entomology, deel 4, J. Curtis (1823-1840)


Flora regni borussici, deel 4, A.G. Dietrich (1836)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra