Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Fraaie vrouwenmantel - Alchemilla mollis

Andere namen

Frysk: Grutte liuweprint

English: Lady's-mantle

Français: Alchémille commune

Deutsch: Weicher Frauenmantel

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Rosales

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Geslacht: Alchemilla (Vrouwenmantel)

Soort: Alchemilla mollis

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam heeft zij gekregen omdat de bladeren als een ouderweste mantel geplooid zijn. Alchemilla komt van het Arabische alkemelieh (alchemie), omdat de dauwdruppels, die op de bladen voorkomen, door de alchimisten bij hun experimenten om goud uit allerlei stoffen te verkrijgen, gebruikt werden. Ook bij hun zoeken naar de steen der wijzen werd de plant gebruikt, want men beweerde dat zij geheime krachten bevatte. Mollis betekent zacht.

Opmerking: Alchemilla vulgaris is de verzamelnaam van een zeer variabele soort, die tegenwoordig verdeeld wordt in aparte soorten.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Chamaefyt.

Bloeimaanden: April, mei, juni, juli, augustus, september, oktober.

Afmeting: 10-90 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


G7OBC - CC0


4028mdk09 - CC BY-SA 3.0

Wortels: Een houtige, voor een deel boven de grond, kruipende wortelstok.

Stengels: De stengels zijn dicht behaard met lange afstaande haren.


Ies - CC BY-SA 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De grote rozetbladen zijn lang gesteeld, rond, grijsgroen, gekarteld en dicht behaard met lange afstaande haren. Ze vormen een soort bekken waarin zich in het midden dauw of regenwater verzamelt. De stengelbladen zijn bijna niet gelobd. De steunblaadjes van de rozetbladen verdrogen al jong en worden dan roodbruin.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Bloemen: Tweeslachtig. Sterk samengestelde bebladerde bloeiwijzen met groengele, 3-5 mm grote bloemen. Ze hebben geen kroonbladen, maar wel vier kelkbladen, vier bijkelkbladen, één onderstandige stamper en vier meeldraden, waarvan de helmknoppen niet openspringen. De kelkbuis is behaard. De kelkbladen zijn anderhalf tot twee maal zo lang als de kelkbuis en staan na de bloei uitgespreid. De bijkelkbladen zijn even groot als de kelkbladen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


H. Zell - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke grond.

Groeiplaatsen: Dijken, parken, begraafplaatsen, bossen (langs boswegen), grasland (vochtig, bemest grasland en gazons), tussen straatstenen en zeeduinen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Midden-Europa, Zuidoost-Europa en aansluitend Azië (o.a. de Karpaten). De soort is elders in Europa ingeburgerd. Ook op IJsland.


gbif.org

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Ingeburgerd tussen 1950 en 1974.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd.
Rode lijst. Criteria niet van toepassing.

Wallonië: Soms verwilderd vanuit tuinen.

Toepassingen

Vrouwenmantels kennen een veelzijdige medicinale toepassing. Vroeger werd vrouwenmantel o.a. toegepast tegen ernstige menstruatiepijnen.

© 2001-2018 K.M. Dijkstra