Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Franse aardkastanje - Conopodium majus

Andere namen

Frysk:

English: Pignut

Français: Conopode dénudé

Deutsch: Französische Erdkastanie

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Apiales

Familie: Apiaceae (Schermbloemenfamilie)

Geslacht: Conopodium

Soort: Conopodium majus

Naamgeving (Etymologie): De soort heeft zijn Nederlandse naam te danken aan de kanstanjevormige wortelknol. Conopodium komt van het Griekse konos (kegel). Majus betekent groter.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli.

Afmeting: 20-70 cm.


Augustin Roche - CC BY-SA 2.0 FR


Augustin Roche - CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Louis Cheype - CC BY-SA 2.0 FR


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Wortels: De wortels zijn bijna bolvormig en vlezig.


europeana.eu - CC BY-SA 3.0


europeana.eu - CC BY-SA 3.0


europeana.eu - CC BY-SA 3.0

Stengels: De stengels zijn vrijwel niet behaard, weinig geribd en na de bloei hol.


Moldekarl - CC BY-SA 3.0


Moldekarl - CC BY-SA 3.0


Augustin Roche - CC BY-SA 2.0 FR


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De driehoekige bladeren zijn, twee- tot drievoudig geveerd met lijnvormige blaadjes. De onderste met enigszins eivormige slippen, de bovenste met lijnvormige slippen en een schedevormende steel.


Rosser - Public Domain


Gertjan van Mill - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Mathieu Menand - CC BY-SA 2.0 FR


Julien Barataud - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Meestal zijn de bloemen eenslachtig. Samen vormen ze schermen van 3-7 cm met zes tot twintig stralen. De witte, 1-3 mm grote bloemen zijn aan de buitenkant vaak bruin generfd. Er zijn nul, één of twee omwindselblaadjes.


Rosser1954 - CC BY-SA 4.0


Gertjan van Mill - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Augustin Roche - CC BY-SA 2.0 FR


Julien Barataud - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een splitvrucht. De langwerpige vruchten zijn 3-5 mm lang en hebben smalle, vlakke, onopvallende ribben. De deeelvruchten zijn vierkantig. De stijlen staan rechtop en zijn naar de voet geleidelijk verbreed. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Gertjan van Mill - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Mathieu Menand - CC BY-SA 2.0 FR


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot meestal licht beschaduwde plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, humeuze, zwak zure grond (zand en leem).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen), bosranden, struwelen, grasland (ruig grasland) en grazige heide.

Verspreiding

Wereld: West-Europa (o.a. in Noorwegen, Ierland, Groot-Brittannië en Frankrijk).


gbif.org

Nederland: Zeer zeldzaam in het oosten van het land en in de Kempen.
Rode lijst 2012. Gevoelig. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeer zeldzaam. Ingeburgerd tussen 1950 en 1974.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
Rode lijst. Zeer zeldzaam.

Wallonië: Zeer zeldzaam in de Ardennen en het Zoniënwoud.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. deel 3 (1839)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 4, J.E. Sowerby (1865)


British entomology, deel 8, J. Curtis (1823-1840)


British phaenogamous botany, deel 6: W. Baxter (1834-1843)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra