Wilde planten in Nederland en België

Galega - Galega officinalis

Frysk:

English: Goat's-rue

Français: Galéga

Deutsch: Geißraute

Synoniemen: Geitenruit

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Galega is afgeleid van het Griekse gala (melk) en ago (ik breng). Deze plant zou de melkproductie bij dieren stimuleren (de plant is echter enigszins giftig voor dieren). Het kan ook zijn dat de plant werd gebruikt bij de bereiding van kaas. Officinalis komt van het Latijnse officium (werkplaats, in plantkundig/medische verband is dat de apotheek). Officinalis betekent in gebruik in de apotheek / geneeskrachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 60-100, maar soms tot 150 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Notafly2 - CC BY-SA 4.0


Spedona - CC BY-SA 3.0


Daniel Villafruela - CC BY-SA 3.0

Wortels: Een sterk verdikte wortel.


europeana.eu - CC-BY-NC-SA-3.0


europeana.eu - CC-BY-NC-SA-3.0


mam.ansp.org - CC BY-NC 4.0


herbariaunited.org

Stengels: Uit de wortel groeien een vrij groot aantal rechtopgaande, vertakte en los bebladerde stengels. De kale stengels zijn hol.


Bogdan - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De afwisselend staande bladeren zijn langwerpig tot lancetvormig en oneven geveerd. De blaadjes zijn 9-17 mm lang en en 3-9 mm breed. Zij hebben vrij grote, half pijlvormige tot lancetvormige steunblaadjes met een lange stekelpunt en omgekeerd eironde, langwerpige of lancetvormige, stekelpuntige blaadjes.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Een langwerpige, gesteelde, rechtopstaande tros met tot vijftig rozerode of witte, purper geaderde bloemen. De okselstandige trossen zijn langer zijn dan de bladen. De vrij grote, hangende bloemen zijn 9-15 mm. De kelk is onbehaard, klokvormig, bultig aan de voet en heeft bijna gelijke priemvormige tanden, die even lang als de buis zijn. Een bloem heeft negen vergroeide meeldraden en één vrijstaande. Het vruchtbeginsel is bovenstandig. De stempel staat eindelings en is knopvormig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Epibase - CC BY 3.0


C. T. Johansson - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een dopvrucht De 2-4 cm lange peulen zijn lijnvormig, bultig, schuin gestreept, kaal en toegespitst. Ze bevatten drie tot vijf bruine zaden. De vrucht is glad en rond en veel langer dan de kelk. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Roger Culos - CC BY-SA 3.0


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme (vorstgevoelig), open tot grazige plaatsen op vochtige, kalkhoudende, vrij voedselrijke, maar stikstofrijke grond (stenige en lemige bodem).

Groeiplaatsen: Ruigten, steen- en grindgroeven, spoorwegterreinen, akkerranden, verruigd grasland, kanaalbermen, populierenbossen, struwelen, langs beken en sloten en braakliggende grond.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit steppengebieden in Zuid- en Oost-Europa en West-Azië. Elders ingeburgerd, o.a. in Midden-Europa.

Nederland: Zeldzaam. Niet ingeburgerd.

Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd.
Wallonië:
Zeldzaam ingeburgerd.

Toepassingen

De plant werd (en wordt) gebruikt om de verschijnselen van diabetes te bestrijden (het verlaagt het bloedsuikergehalte), maar kan bij verkeerd gebruik gevaarlijk en zelfs dodelijk zijn.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Deutschlands flora, deel 2, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Figures of the most beautiful, useful and uncommon plants, described in the gardeners’ dictionary, deel 1, P. Mille (1755-1760)


A curious herbal, deel 1, E. Blackwell (1737)


Flore médicale, deel 4, F.P. Chaumeton (1830)


Nouvelle iconographie fourragère, Atlas, J. Gourdon, P. Naudin (1865-1871)


Hortus Romanus juxta Systema Tournefortianum, deel 7, Giorgio Bonelli (1783-1816)


Flora Graeca, deel 8, J. Sibthrop, J.E. Smith (1833)


Rariorum plantarum historia, deel 2, C. Clusius (1601)


Viridarium reformatorum, deel 1, M.B. Valentini (1719)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Leguminosae, Natürliche Pflanzenfamilien III, Paul Hermann Wilhelm Taubert (1891)


Favourite flowers of garden and greenhouse, deel 1, E. Step, D. Bois, D.G.J.M. Bois (1896-1897)


Introductio generalis in rem herbariam, deel 3, A.Q. Rivinus (1690-1777)


Phytanthoza iconographia, deel 3, J.W. Weinmann (1742)


Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)


Plantarum seu stirpium icones, deel 2, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL