Galigaan - Cladium mariscus

Frysk: Houtsnyl

English: Great Fen-Sedge

Français: Marisque

Deutsch: Schneidried

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Cladium is afkomstig van het Griekse clados (tak), misschien om de talrijke uitlopers of om de sterk vertakte bloeiwijze. Mariscus is een verlatinisering van het Keltische mar (veen).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Bies.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Hoofdbloei: Juni en juli.

Afmeting: 70-200 cm.


Kenraiz - gfdl


Daderot - cc0


Joanbanjo - cc by-sa 3.0


Przykuta - cc by-sa 3.0

Wortels: Dikke, kruipende en vertakte wortelstokken (met uitlopers) van vaak meer dan 1 cm dik, die dicht bij de oppervlakte blijven.


herbariaunited.org


bisque.cyverse.org - cc by-nc 3.0


mississippiplants.org - cc by-nc 3.0


europeana.eu - cc by-nc-sa-3.0

Stengels: De gladde, rolronde, stugge en taaie stengels worden naar boven toe afgerond-driekantig. Ze worden tot 1 cm dik, zijn hol en over de volle lengte bebladerd. De soort vormt dichte haarden.


Kristian Peters - cc by-sa 3.0


Przykuta - cc by-sa 3.0


Przykuta - cc by-sa 3.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Bladeren: De lijnvormige bladeren worden tot 2 meter lang en tot 1½ cm breed. Ze zijn gootvormig en naar boven sterk gekield. Aan de versmalde top zijn ze driekantig. De bladranden en de kiel zijn dicht bezet met naar boven wijzende zaagtandjes (scherp en ruw). De onderste bladen hebben een bruine tot grijsbruine, ten slotte zwartbruine schede, die meestal sterk netvormig geaderd is (met vele dwarsnerfjes).


Jason Grant - cc by-nc 4.0


Meneerke bloem - cc by-sa 3.0


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Przykuta - cc by-sa 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. Een grote samengestelde, sterk vertakte bloeiwijze, die tot meer dan 0,5 meter lang wordt. Met een kort schutblad en een rechtopstaande bloemtak met een aantal zijdelingse takken op lange stelen, die in de oksels van lange schutbladen ontspringen. Bloemtakken met kluwens van bruine sigaarvormige aren van 3-5 mm met van onderen naar boven drie of meer kafjes zonder bloem en één of twee grotere kafjes met een tweeslachtige bloem en soms nog een kafje met een mannelijke bloem. Er zijn geen borstels, meestal twee (zelden drie) meeldraden en één stamper met doorgaans drie (soms twee) stempels.


© Hans Hillewaert - cc by-sa 3.0


Thierry Pernot - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Przykuta - cc by-sa 3.0


Przykuta - cc by-sa 3.0

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchten zijn eirond tot rond, 3-3½ mm groot, glanzend donkerbruin en in een lange stekelpunt versmald. De buitenste vruchtschil is glanzend, ten slotte bros en valt in korstjes uiteen. Eenzaadlobbig.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkhoudende tot zwak zure grond en in ondiep, zoet of zwak brak, basenrijk water (zand, leem en stenige plaatsen). Ook op plekken met zwak brak water.

Groeiplaatsen: Water, waterkanten (vrij grote laagveenplassen en poelen), moerassen (veenmoeras), heide (langs heideplassen), zeeduinen (duinvalleien en langs duinplassen) en bossen (open plekken in moerasbossen).

Verspreiding

Wereld: Alle werelddelen, in gebieden met een gematigd of wat warmer klimaat. Noordelijk tot in Zuid-Scandinavië.


Nederland: Inheems. Zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Zeldzaam.

Wallonië: Inheems. Verdwenen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl