Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gebogen driehoeksvaren - Gymnocarpium dryopteris

Andere namen

Frysk: Boekfear

English: Oak fern

FranÁais: Gymnocarpe fougŤre du chÍne

Deutsch: Eichenfarn

Verouderde of andere namen: Beukvaren, Gebogen beukvaren, Currania dryopteris,
Phegopteris dryopteris, Dryopteris linnaeana, Thelypteris dryopteris, Polypodium dryopteris

Classificatie

Klasse: Pteropsida

Orde: Filicales

Familie: Athyriaceae (Wijfjesvarenfamilie)

Geslacht: Gymnocarpium (Driehoeksvaren)

Soort: Gymnocarpium dryopteris

Naamgeving (Etymologie): Gymnocarpium is afgeleid van gumnos (naakt) en carpos (vrucht). Dryopteris komt van het Griekse drys of dryos (eik) en pteris (varen), waarmee bedoeld wordt een varen die op een eik kan groeien.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Mei, juni, juli, augustus, september.

Afmeting: 10-45 cm.


Konrad Lackerbeck - CC0


Walter Siegmund - CC BY-SA 3.0


Walter Siegmund - CC BY-SA 3.0


Griensteidl - CC BY-SA 3.0

Wortels: De dunne wortelstok is niet behaard en is begroeid met tot 2 mm dikke schubben.


lod.ansp.org - CC BY-NC 3.0


usuherbarium.usu.edu - CC0-1.0


web.corral.tacc.utexas.edu - CC0-1.0


plantdata.bio.cmich.edu - CC BY-NC 3.0

Stengels: De breekbare bladsteel is zeer dun en twee tot drie maal zo lang als het blad. De steel is bovenaan strokleurig en aan de voet of soms voor een groot deel zwart.


AlbertHerring - CC BY 2.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Marko.Eesti - CC BY-SA 3.0


Bartosz Cuber - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De bladeren staan bijna loodrecht op de bladstelen. Ze zijn ongeveer driehoekig en worden tot 45 cm lang. De deelblaadjes zijn mat geelgroen, teer en bijna doorschijnend. De onderste twee deelblaadjes zijn bijna even groot als de rest van de bladschijf.


Radio Tonreg - CC BY 2.0


Walter Siegmund - CC BY-SA 3.0


Walter Siegmund - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Sporen. De sporenhoopjes zijn rond tot eirond en staan tot acht stuks in rijen aan beide kanten van de middennerf aan de rand.


Walter Siegmund - CC BY-SA 3.0


Walter Siegmund - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, matig stikstofrijke, meestal zwak zure tot soms zure of kalkrijke grond (zand, leem en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (steile wanden van bosgreppels en sprengen, naaldbossen, loofbossen en in kuilen van omgevallen bomen), houtwallen, soms op oude muren (stadsmuren, grachtkanten, sluismuren),waterkanten (beekoeverwallen en tussen basaltblokken van voormalige zeedijken) en in knotbomen.

Verspreiding

Wereld: Koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond, vooral in gebergten. In ScandinaviŽ is zij een van de algemeenste bosplanten.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in het ZoniŽnwoud. Ook is de soort na 1972 nog op een kademuur in de haven van Oostende aangetroffen.
Rode lijst. Met verdwijning bedreigd.

WalloniŽ: Vrij zeldzaam in het Maasgebied en in de Ardennen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 12, Jan Kops, P. M. E. Gevers Deijnoot en F. A. Hartsen (1865)


Flora Batava, deel 12, Jan Kops, P. M. E. Gevers Deijnoot en F. A. Hartsen (1865)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


The ferns of Great Britain and Ireland, T. Moore (1855)


American fern journal, deel 4 (1914)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 12, J.E. Sowerby (1886)


Ferns (a history of Ferns): British and exotic, deel 4, E.J. Lowe (1839)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra