Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Geel viltkruid - Filago lutescens

Andere namen

Frysk:

English: Red-tipped Cudweed

Français: Cotonnière jaunâtre

Deutsch: Graugelbes Filzkraut

Verouderde of andere namen: Filago apiculata

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Filago (Viltkruid)

Soort: Filago lutescens

Naamgeving (Etymologie): Filago komt van filum (draad of spinsel), vanwege het viltige uiterlijk van de plant. Lutescens betekent geel wordend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september.

Afmeting: 10-30 cm.


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


Toon Verrijdt - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Gertjan van Mill - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn onregelmatig vertakt en geelachtig wollig behaard. Onder de meeste hoofdjeskluwens ontspringt één zijtak.


Gertjan van Mill - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Herbier Guittot - CC BY-SA 2.0 FR


Giacomo Bellone - CC BY-NC-ND 4.0


Gertjan van Mill - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De langwerpige of lepelvormige blaadjes zijn gelig behaard.


AnRo0002 - CC0


Frantisek Sarzik - CC BY 3.0


Frantisek Sarzik - CC BY 3.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Bloemen: Polygaam. De geelachtige bloemhoofdjes zitten met tien tot vijfentwintig bij elkaar in kleine kluwens. Het omwindselblad is strogeel. De middelste omwindselbladen zijn op de kiel en aan de top paars, later worden ze bruin.


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


Giacomo Bellone - CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig.


AnRo0002 - CC0


Giacomo Bellone - CC BY-NC-ND 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen op droge, matig voedselarme, stikstofarme, neutrale tot matig zure, goed doorlatende grond (zand en grind).

Groeiplaatsen: Akkers (vooral tussen rogge, maar ook wel tussen andere granen en hakvruchten), braakliggende grond, grasland (open pleken in droog, neutraal grasland), greppelranden, wegranden (vooral langs grindwegen) en afgravingen (grindgroeven).

Verspreiding

Wereld: Bergstreken in Zuidwest- en Midden-Europa en op de Azoren. Niet in een groot deel van het Middellandse-Zeegebied.


gbif.org

Nederland: Vroeger zeer zeldzaam in het rivierengebied in het oosten van het land en in Zuid-Limburg. Voor het laatst gevonden in 1935 bij Nijmegen. Nu weer zeer zeldzaam in het oosten van Noord-Brabant.
Rode lijst 2012. Ernstig bedreigd. Trend sinds 1950: zeer sterk afgenomen. Zeer zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vroeger zeer zeldzaam. Voor het laatst gevonden in 1953.
Rode lijst. Verdwenen uit Vlaanderen.

Wallonië: Vroeger zeer zeldzaam in Brabant en het Maasdistrict.
Rode lijst. Verdwenen uit Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 5, J.E. Sowerby (1866)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra