Wilde planten in Nederland en België

Geelgroene wespenorchis - Epipactis muelleri

Frysk:

English: Mueller's helleborine

Français: Epipactis de Müller

Deutsch: Müllers Stendelwurz

Synoniemen:

Familie: Orchidaceae (Orchideeënfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Wespenorchis laat zich verklaren doordat bestuiving alleen door plooivleugelwespen plaatsvindt. Epipactis komt van het Griekse epi (op) en pegnumi (vast steken). De naam slaat op een andere plant met deze naam, die een woekerplant was. Muelleri is genoemd naar de botanicus Otto Müller (1837-1917).

Kruising: Geelgroene wespenorchis kan eem bastaard vormen met Brede wespenorchis (Epipactis x reinekei).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli en augustus.

Afmeting: 25-70 cm.


BerndH -
CC-BY-SA 3.0


Selso -
CC-BY-SA 3.0


Bernd Haynold -
CC-BY 2.5


Orchi -
CC-BY-SA 3.0

Wortels


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0


Musée national d'histoire naturelle du Luxembourg -
CC0-1.0


Meise Botanic Garden -
CC BY-SA 4.0


Meise Botanic Garden -
CC BY-SA 4.0

Stengels: Een rechtopstaande, maar soms iets heen en weer gebogen, geelachtig groene stengel, die naar boven iets viltig behaard is.


Père Igor -
CC BY-SA 3.0


Père Igor -
CC BY-SA 3.0


Père Igor -
CC BY-SA 3.0


Francoise Peyrissat - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De geelgroene tot grauwgroene bladen staan verspreid aan de stengel (ze staan in twee rijen). Ze zijn sikkelvormig en iets gootvormig. De onderste bladen zijn klein en kort, de hogere zijn smal en toegespitst. De randen zijn regelmatig gegolfd.


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


Père Igor -
CC BY-SA 3.0


Francoise Peyrissat - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is betrekkelijk losbloemig, met naar één kant gekeerde bloemen. De bloemknop is stomp. Het snaveltje is ook in de bloemknop afwezig. De iets opgerichte of afstaande bloemen zijn geelgroen of bleekroze (van binnen witachtig). De lipbloemen zijn 7-9 mm lang. Ze hebben een hartvormige top (niet vlak) en een omlaag gekrulde punt. De binnenzijde van de lip is purperkleurig, glimmend door de nektar. De meeldraad is aan de top versmald en gekromd. Het vruchtbeginsel is kaal of iets behaard.


© C.A.J. Kreutz - verspreidingsatlas.nl


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


BerndH -
CC BY-SA 3.0


Père Igor -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht met veel fijne zaadjes. Het bevat geen reservevoedsel. Eenzaadlobbig.


Père Igor -
CC BY-SA 3.0


Père Igor -
CC BY-SA 3.0

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde tot vrij zonnige, warme, beschutte plaatsen op meestal droge tot soms vochtige, matig voedselarme, kalkrijke grond.

Groeiplaatsen: Bosranden, struwelen (vooral op kalkhellingen), bossen (kalkrijke bossen) en kapvlakten.

Verspreiding

Wereld: Midden- en West-Europa.

Nederland: Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Nog slechts op één plek te Hoegaarden.
Wallonië:
Zeer zeldzaam.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL