Geelhartje - Linum catharticum

Frysk: Gielhertsje

English: Fairy Flax

Français: Lin purgatif

Deutsch: Purgier-Lein

Synoniemen:

Familie: Linaceae (Vlasfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Linum is afgeleid van het Griekse linon (draad), omdat in de bast lange vezels voorkomen. Catharticum betekent afvoerend of purgerend (purgeervlas). Geelhartje is giftig en werd vroeger gebruikt als laxeermiddel.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of tweejarig, zelden overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus.

Afmeting: 5-20 cm.


AfroBrazilian - cc by-sa 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Wortels: Worteldiepte tot 10 cm.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn spichtig, kaal, blauwgroen en gaffelvormig vertakt. Meestal is er maar één stengel.


Hajotthu - cc by 3.0


Benjamin Zwittnig - cc by 2.5 si


bertrant.bui - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Bladeren: De tegenoverstaande blaadjes zijn langwerpig. Ze hebben maar één nerf, zijn ongeveer 1 cm breed en zeer fijn getand.


Fornax - cc by-sa 3.0


Thierry Pernot - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bloemen: Tweeslachtig. De vijftallige bloemen vormen samen een ijle bloeiwijze, die voor de bloei voorover hangt. De 3-6 mm lange kroonbladen met een witte plaat en een gele nagel. Er zijn vijf gewone meeldraden en vijf tandvormige, tot honingklieren omgevormde meeldraden. Elke bloem heeft vier of vijf ongedeelde kelkbladen van 2-3 mm en met één nerf. Langs de rand groeien klierharen.


Kristian Peters - cc by-sa 3.0


Benjamin Zwittnig - cc by 2.5 si


Biodehio - cc by-sa 3.0


Biodehio - cc by-sa 3.0

Vruchten en zaden: Een bolronde doosvrucht. De platte zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Jacques Maréchal - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op matig voedselarme, niet bemeste, vochtige tot vrij natte, neutrale (zwak zure tot kalkhoudende), maar meestal basische grond (zand, leem, zavel, veen en mergel).

Groeiplaatsen: Heide (grazige heide op leem en langs heidepaadjes), grasland (open plekjes in neutraal, kalkhoudend schraal grasland en beekdalhooiland), bermen, moerassen (open plekken in kalkmoeras of soms in trilveen), waterkanten (langs vennen o.i.v. kalkrijke kwel), drooggevallen zandplaten, klippen, zeeduinen (noordhellingen, duinvalleien en binnenduinweiland) en afgravingen. In Wallonië ook op droge, rotsachtige kalkhellingen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk in het grootste deel van Europa en  Zuidwest-Azië (Kaukasus en Oeral).

Nederland: Inheems. Vrij  zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Zeldzaam.

Wallonië: Inheems. Vrij algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl