Wilde planten in Nederland en België

Geel monnikskruid - Nonea lutea

Frysk:

English: Yellow monk's-wort (Yellow nonea, Yellow ankanna)

Français: Nonnée jaune

Deutsch: Gelbes Mönchskraut

Synoniemen:

Familie: Boraginaceae (Ruwbladigenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Nonea is genoemd naar J. Ph. Nonne. Lutea betelkent geel. De Nederlandse naam komt van de vorm van de vrucht die op een (monniks-)kap lijkt.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Maart t/m mei.

Afmeting: 10-30(-40) cm.


Katrin Schneider -
CC BY-SA 4.0


Erik van Dijk - CC BY-NC-ND 4.0


ramazan_murtazaliev -
CC BY-NC 4.0


Denis Davydov -
CC BY-NC 4.0

Wortels


biodiversity naturalis -
CC0


Herbarium Berolinense, Berlin -
CC BY-SA 4.0


Moscow University Herbarium -
CC BY 4.0


Moscow State University -
CC BY 4.0

Stengels: De plant is grijsgroen door de groei van viltige, klier- en borstelharen.


Katrin Schneider -
CC BY-SA 4.0


Katrin Schneider -
CC BY-SA 4.0


Salicyna -
CC BY-SA 4.0


Salicyna -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De zittende, licht geoorde, vrij smalle, langwerpie bladen zijn stekelig (borstelig) behaard (langere verspreid staande borstelharen, heel dicht staande kortere haren en verspreid staande klierharen). Ze hebben een gave rand. lopen spits toe en zijn het breedst aan de basis.


Katrin Schneider -
CC BY-SA 4.0


Katrin Schneider -
CC BY-SA 4.0


Katrin Schneider -
CC BY-SA 4.0


Salicyna -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze heeft tot aan de top schutblaadjes. De gesteelde bleekgele (aan de basis groengele) bloemkroon is 10-15 mm lang en met kleine keelschubben. De toppen van de kroonslippen zijn veel lichter van kleur. De kroonbladen staan schuin rechtop en zijn iets ingeklemd door de kelk. De 6-8 mm lange, voor een deel enigszins paarsrode kelk is tot het midden gedeeld. heeft tien ribben. De gesloten kelk groeit na de bloei door (tot meer dan de dubbele lengte).


Katrin Schneider -
CC BY-SA 4.0


peganum -
CC BY-SA 2.0


Salicyna -
CC BY-SA 4.0


Salicyna -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een splitvrucht. De zaden zijn kapvormig met een verdikte rand. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


©2006 Digital Plant Atlas -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, maar goed gedraineerde, voedselrijke, zure tot basische grond. Ook op stenige grond.

Groeiplaatsen: Spoorbermen, akkers (graanakkers), grindhellingen en ruderale plaatsen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit o.a. Rusland (landen rond de Zwarte en de Kaspische zee). Elders plaatselijk ingeburgerd.

Nederland: Zeer zeldzaam. Ingeburgerd in en nabij Nijemegen. Elders tot dusverre alleen adventief.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Mogelijk inburgerend.
Wallonië
: Zeer zeldzaam adventief.

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL