Wilde planten in Nederland en België

Geknikte vossenstaart - Alopecurus geniculatus

Frysk: Mollesturtsje

English: Marsh Foxtail

Français: Vulpin genouillé

Deutsch: Knick-Fuchsschwanz

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Alopecurus komt van het Griekse alopex (vos) en oura (staart), vanwege de vorm van de aar. Geniculatus betekent met gebogen knie.

Kruising: Geknikte vossenstaart kan een kruising vormen met Grote vossenstaart (Alopecurus x hybridus). De bastaard is onvruchtbaar en intermediair tussen de ouders. De plant onderscheidt zich van Geknikte vosenstaart door de 3½ tot 4½ mm lange aartjes en van Grote vossenstaart door de spitsere, langere tongetjes (vrij zeldzaam).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt of hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m november.

Afmeting: 15-45 cm.


Matti Virtala -
CC0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Panek -
CC BY-SA 3.0 pl


David Mercier - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Het onderste stengeldeel is vaak vertakt (matten vormend). De aan de voet liggende stengels zijn geknikt opstijgend. Soms drijven ze in het water. Ze wortelen op de vaak paarsrode knopen. De stengelvoet is soms min of meer verdikt.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Jean-Claude Calais - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De grijsgroene bladen zijn 2-8 mm breed. Het spitse tongetje is 2-5 mm en in het midden veel hoger dan aan de randen. De bladscheden zijn iets opgeblazen. De ribben op de bovenkant van de bladen zitten dicht bij elkaar en springen sterk uit (scherp driehoekig).


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Elin Hamre -
CC BY 4.0


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is 3-7 mm breed. De aar is zacht behaard. De aartjes zijn 2½-3½ mm lang. De 1½-2 mm lange helmknoppen zijn wit, paars of lichtgeel en worden later bruin. De naald van het onderste kroonkafje is onder het midden aangehecht. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Mews -
CC BY-NC 4.0


Nathalie De Somer - CC BY-NC-ND 4.0


Alexey P. Seregin -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open tot grazige, vaak verstoorde plaatsen op natte (vaak wisselende waterstanden), voedselrijke, zwak zure tot kalkrijke grond (klei, leem, zand, löss, veen en stenige plaatsen). Ook in brak milieu en in ondiep water.

Groeiplaatsen: Grasland (weiland, uiterwaarden, boezemland en slecht ontwaterd hooiland), waterkanten (o.a. langs vervuilde vennen), greppels, braakliggende grond, drooggevallen plassen, vertrapte plekken bij de ingang van weilanden, zeeduinen, kale (lemige) zandvlakten, langs paden en soms tussen straatstenen.

Verspreiding

Wereld: Noordwest-Azië en Europa, behalve in het het Middellandse-Zeegebied. Ingeburgerd in Australië en Noord-Amerika.


Nederland: Algemeen, maar iets minder algemeen in Zuid-Limburg en op de Veluwe.

Vlaanderen: Algemeen, maar wat minder in de duinen, in de leemstreek en in de Maasvallei.
Wallonië:
Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 24, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1915)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Deutschlands Flora in Abbildungen nach der Natur, Zweite auflage, Jacob Sturm, Johann Georg Sturmund K.G. Lutz, deel 3 (1900)


Flora Londinensis, deel 5, William Curtis (1784-1788)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Dictionnaire des sciences naturelles, Plates Botanique, deel 2 (1816-1830)


Species graminum, deel 1, K.B. Trinius en W.G. Pape (1823-1828)


Svensk botanik, deel 5, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 3, F.B. Vietz (1806)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Manual of the indigenous grasses of New Zealand, John vBuchanan (1878-1880)


Gramen aquaticum spicatum

Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL