Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gele lis - Iris pseudacorus

Andere namen

Frysk: Barchjeblom

English: Yellow Flag

Français: Iris des marais

Deutsch: Wasser-Schwertlilie

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asparagales

Familie: Iridaceae (Lissenfamilie)

Geslacht: Iris (Lis)

Soort: Iris pseudacorus

Naamgeving (Etymologie): Iris komt waarschijnlijk van het Griekse iris (regenboog), omdat de bloemen bij verschillende soorten uiteenlopende kleuren hebben of omdat de buitenste bloemdekslippen sierlijk gebogen zijn, als de regenboog. Pseudacorus betekent valse of schijn-Acorus (Kalmoes).

Een andere soort: Stinkende lis (Iris foetidissima), met paarsachtige bloemen, kwam in de 17e en 18e eeuw voor bij Vogelenzang (Nederland). Nog niet zo lang geleden is de plant (waarschijnlijk verwilderd vanuit tuinen) aangetroffen, o.a. op twee plaatsen op Voorne in bosjes op kalkrijk duinzand. Ook elders is de plant gevonden.
Stinkende lis geeft de voorkeur aan zonnige tot beschaduwde, droge tot vochtige, goed gedraineerde, voedsel- en kalkrijke klei-, leem- en zandbodems. Ze groeit in open bossen, langs hagen, in droge struwelen en duinbosjes, op oevers en zeekliffen en wordt als sierplant en voor droogboeketten gecultiveerd en is op tal van plaatsen ingeburgerd. Nederland ligt buiten het Europese areaal dat zich uitstrekt van West- en Zuid-Europa, van Frankrijk tot het noordwesten van de Balkan. In de 17e en 18e eeuw werd de soort aangetroffen langs de vaart tussen Haarlem en Leiden en verder bij Vogelenzang. Momenteel is de plant zeer zeldzaam verspreid in Nederland, voornamelijk in het zuidelijk van het land. Deze Lis heeft een massieve, enigszins afgeplatte stengel, is winterhard en de glanzend, donkergroene bladeren verspreiden bij kneuzing een onaangename, knoflookachtige geur. De fraaie, ronde en oranje-rode zaden blijven in de geopende vrucht zitten en komen pas vrij in het volgende voorjaar.
René van Moorsel, 2014 - CC BY-SA 3.0


Stinkende lis
Calimo - CC BY-SA 3.0


Stinkende lis
dzn.eldoc.ub.rug.nl


Stinkende lis
Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Stinkende lis
Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt of helofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli.

Afmeting: 40-120 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een forse kruipende en  zich vertakkende wortelstok.


G.-U. Tolkiehn - CC BY 3.0


G.-U. Tolkiehn - CC BY 3.0

Stengels: De rechtopstaande, gladde stengels zijn rond en naar boven toe vertakt.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De iets blauwachtig groene bladeren zijn zwaardvormig en 1-3 cm breed. Ze hebben een verdikte middennerf. De meeste bladeren staan aan de voet in twee rijen met om elkaar heen grijpende scheden.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De gele bloemen staan met twee of drie aan de top van hoofdas en zijassen. Elk bloemgroepje wordt omhuld door een tweekleppige bloeischede. De buitenste drie bloembladen zijn 4-8 cm lang. Deze zijn breed spatelvormig of eivormig, met een naar buiten gekromde plaat. De binnenste drie, rechtopsstaande bloemdekbladen zijn lijnvormig, veel korter en komen niet boven de stempels uit. Het vruchtbeginsel is onderstandig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. De 4-5 cm lange vruchten zijn stomp driekantig. Ze bevatten drie rijen, op elkaar gestapelde, gladde, bruine, platte zaden. Ze drijven op het water en zo wordt de soort verspreid. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke grond en in ondiep matig voedselrijk tot voedselrijke, stilstaand of zwak stromend, zoet water.

Groeiplaatsen: Moerassen (verlandingsvegetaties), bossen (moerasbossen, bronbossen, beekbegeleidende loofbossen en wilgengrienden), waterkanten (langs sloten, kanalen, beken, rivieren, plassen, poelen, meren en op aanspoelselgordels op rivieroeverwallen), grasland (verruigd grasland en nat hooiland), zeeduinen (duinvalleien) en heide (langs voedselrijk geworden heidevennen en hoogveenwijken).

Verspreiding

Wereld: West-Azië, Noordwest-Afrika en bijna heel Europa. In Scandinavië ongeveer tot de poolcirkel (op de Lofoten nog noordelijker). Ingeburgerd in Noord-Amerika, Nieuw-Zeeland en Japan.


gbif.org
Gele lis


gbif.org

Stinkende lis

Nederland: Algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Gele lis

verspreidingsatlas.nl

Stinkende lis

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij algemeen, maar zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Toepassingen

Gele lis wordt ook in tuinvijvers gekweekt. De vijver moet wel enige omvang hebben, anders groeit de vijver snel dichtr. In de tuin kan vermeerdering zowel via zaadvorming (zaden droog bewaren) als via scheuring plaats vinden.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Svensk botanik, deel 2, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Herbier de la France, deel 3, P. Bulliard (1776-1783)


Medical Botany, deel 4, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


Flore médicale, deel 4, F.P. Chaumeton (1830)


Phytanthoza iconographia, deel 3, J.W. Weinmann (1742)


Pseudoiris palustris
Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Flora Londinensis, deel 3, William Curtis (1778-1781)


British entomology, deel 6, J. Curtis (1823-1840)


Flora Parisiensis, deel 2, P. Bulliard (1776-1781)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


New Kreüterbuch, P.A. Mattioli (1563)


Addisonia, deel 12, M.E. Eaton (1926)


Flora regni borussici, deel 1, A.G. Dietrich (1832-1833)


Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


Les Liliacées, deel 4, P.J. Redouté (1805-1816)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra