Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gele morgenster, Oosterse morgenster  - Tragopogon pratensis

Andere namen

Frysk: Giele moarnstjer, Gouden moarnstjer

English: Goat's-beard, Oriental Salsify

Français: Salsifis des prés, Salsifis d'Orient

Deutsch: Wiesen-Bocksbart, Östlicher Wiesen-Bocksbart

Verouderde of andere namen: Boksbaard, Tragopogon orientalis

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Tragopogon (Morgenster)

Soort: Tragopogon pratensis

Naamgeving (Etymologie): Morgenster heeft te maken met de stervormige bloem, die alleen 's ochtends is geopend. Tragopogon komt van het Griekse tragos (bok) en pogon (baard), dus boksbaard, hetgeen slaat op het grofharige vruchtpluis. Pratensis betekent in weiden groeiend en orientalis is oostelijk of oosters.

Ondersoorten: Er komen bij ons twee ondersoorten voor: Gele morgenster (Tragopogon pratensis subsp. pratensis) en Oosterse morgenster (Tragopogon pratensis subsp. orientalis). Soms onderscheidt men nog een derde ondersoort: Kleine morgenster (Tragopogon pratensis subsp. minor).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig of meerjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli.

Afmeting: 20-90 cm.

Gele morgenster


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Oosterse morgenster


© Ruud Beringen - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Wortels: Een penwortel.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn niet of weinig vertakt en meestal kaal en bevatten wit melksap. Onder de bloemhoofdjes zijn ze niet of nauwelijks verdikt.

Gele morgenster


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Oosterse morgenster


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Rasbak - CC BY-SA 3.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Nicolò Parrino - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: Eerst wordt er een rozet gevormd. De verspreidstaande, smal langwerpige tot lijnvormige bladeren zijn lang toegespitst en hebben een gave rand.

Gele morgenster


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Oosterse morgenster


kuleuven-kulak.be/bioweb


Yoan Martin - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Yoan Martin - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Yoan Martin - CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Gele morgenster: Tweeslachtig. De bloemen zijn alleen 's ochtends geopend (vandaar de naam morgenster). De lichtgele bloemen zijn 3-7 cm in doorsnede. Er zijn alleen lintbloemen. De stijlen zijn ook geel. De helmknoppen zijn geel met een zwartpaarse top. De meestal acht tot tien omwindselbladen kunnen korter of langer zijn dan de bloemen.
Oosterse morgenster: De alleenstaande bloemhoofdjes worden 5 cm in doorsnee of soms nog groter. Ze openen zich 's ochtends en sluiten al weer tegen de middag. De lintbloemen zijn goudgeel of iets oranjegeel. De buitenste zijn ongeveer dubbel zo lang als de binnenste. Er zijn geen buisbloemen. De gele helmknoppen hebben een bruinpaarse streep. Het vruchtbeginsel is bovenstandig met stijl en twee stempels. De omwindselbladen zijn aan de voet met elkaar vergroeid. Tijdens de bloei staan ze horizontaal af.

Gele morgenster


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Oosterse morgenster


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© John Breugelmans - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn gesnaveld, met gesteeld vruchtpluis van veervormige (in paren tegenoverstaande) haren, die in elkaar grijpen. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.

Gele morgenster


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Oosterse morgenster


Teun Spaans - CC BY-SA 3.0


Teun Spaans - CC BY-SA 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Gele morgenster: Zonnige, iets open tot grazige plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke, humushoudende, al of niet kalkhoudende grond.
Oosterse morgenster: Zonnige, iets open tot grazige plaatsen op vochtige, voedselrijke, humushoudende, kalkhoudende grond.

Groeiplaatsen: Gele morgenster: Bermen, grasland (ruige grazige plaatsen, licht ruderaal grasland, vochtig, bemest grasland, hoge delen van uiterwaarden en hooiland), rivierdijken, langs spoorwegen, zeeduinen (ruderale plaatsen), plantsoenen en omgewerkte grond.
Oosterse morgenster: Rivierdijken, bermen in het rivierengebied, hoge delen van uiterwaarden en grasland (vochtig bemest grasland en hooiland).

Verspreiding

Wereld: Gele morgenster: Midden-Azië en het grootste deel van Europa. Ingeburgerd in Amerika en Nieuw-Zeeland.
Oosterse morgenster: West-Azië en Oost- en Midden-Europa. Westelijk tot in Nederland en op een paar plaatsen in Engeland.

Tragopogon pratensis

gbif.org

Gele morgenster

gbif.org

Oosterse morgenster

gbif.org

Nederland: Gele morgenster: Vrij algemeen, maar zeldzaam in Drenthe en Zuidoost-Fryslân.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.
Oosterse morgenster: Zeldzaam in het rivierengebied en zeer zeldzaam langs de Gelderse IJssel en in Zuid-Limburg.
Rode lijst 2012. Kwetsbaar. Trend sinds 1950: matig afgenomen. Zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.

Gele morgenster

verspreidingsatlas.nl

Oosterse morgenster

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Gele morgenster: Vrij algemeen, maar zeldzamer in de Ardennen. Het meest in de duinen.
Oosterse morgenster: Slechts op één plaats gevonden.


Wallonië: Gele morgenster: Vrij algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen.
Oosterse morgenster: Zeldzaam in de zuidelijke Ardennen. Elders zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Oosterse morgenster
Flora Batava, deel 21, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1901)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


229
Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Svensk botanik, deel 3, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 5, J.E. Sowerby (1866)


British entomology, deel 2, J. Curtis (1823-1840)


Flora regni borussici, deel 12, A.G. Dietrich (1844)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Flora Parisiensis, deel 3, P. Bulliard (1776-1781)


Herbier de la France, deel 6, P. Bulliard (1776-1783)


Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)


Phytanthoza iconographia, deel 4, J.W. Weinmann (1745)


Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Tragopogon
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

© 2001-2019 K.M. Dijkstra