Gele morgenster

Namen

Wetenschappelijk: Tragopogon pratensis subsp. pratensis

Nederlands: Gele morgenster (Boksbaard)

Frysk: Giele moarnstjer

English: Goat's-beard (Jack-go-to-bed-at-noon, Meadow salsify, Oyster plant, Yellow goat's beard)

Français: Salsifis des prés

Deutsch: Wiesen-Bocksbart

Familie: Composietenfamilie, Asteraceae (Compositae)

Geslacht: Tragopogon, Morgenster

Ondersoorten: De andere ondersoort is Oosterse morgenster (Tragopogon pratensis subsp. orientalis). Soms onderscheidt men nog een derde ondersoort: Kleine morgenster (Tragopogon pratensis subsp. minor).

Naamgeving: Morgenster heeft te maken met de stervormige bloem, die alleen 's ochtends is geopend. Tragopogon komt van het Griekse tragos (bok) en pogon (baard), dus boksbaard, hetgeen slaat op het grofharige vruchtpluis. Pratensis betekent in weiden groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig of meerjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli.

Afmeting: 20-90 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0

Wortels: Een penwortel.


Archenzo - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn niet of weinig vertakt en meestal kaal. Onder de bloemhoofdjes zijn ze niet of nauwelijks verdikt.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Jmp48 - CC BY-SA 3.0


Philipendula - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De smal langwerpige bladeren zijn lang toegespitst en hebben een gave rand.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


https://www.kuleuven-kulak.be

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen zijn alleen 's ochtends geopend (vandaar de naam morgenster). De lichtgele bloemen zijn 3-7 cm in doorsnede. Er zijn alleen lintbloemen. De stijlen zijn ook geel. De helmknoppen zijn geel met een zwartpaarse top. De meestal acht tot tien omwindselbladen kunnen korter of langer zijn dan de bloemen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn gesnaveld, met vruchtpluis van veervormige (in paren tegenoverstaande) haren, die in elkaar grijpen. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige, iets open tot grazige plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke, humushoudende, al of niet kalkhoudende grond.

Groeiplaatsen: Bermen, grasland (ruige grazige plaatsen, licht ruderaal grasland, vochtig, bemest grasland, hoge delen van uiterwaarden en hooiland), rivierdijken, langs spoorwegen, zeeduinen (ruderale plaatsen), plantsoenen en omgewerkte grond.

Verspreiding

Wereld: Midden-Azië en het grootste deel van Europa. Ingeburgerd in Amerika en Nieuw-Zeeland.

Gele morgenster - Tragopogon pratensis ssp. pratensis
Gele morgenster en Kleine morgenster

Nederland: Vrij algemeen, maar zeldzaam in Drenthe en Zuidoost-Fryslân.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidimgsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen, maar zeldzamer in de Ardennen. Het meest in de duinen.

Gele morgenster - Tragopogon pratensis
Gele morgenster en Kleine morgenster

Wallonië: Vrij algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen.

Oude illustraties


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2017 K.M. Dijkstra