Wilde planten in Nederland en België

Gele lis - Iris pseudacorus

Frysk: Barchjeblom

English: Yellow Flag

Français: Iris des marais

Deutsch: Wasser-Schwertlilie

Synoniemen:

Familie: Iridaceae (Lissenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Iris komt waarschijnlijk van het Griekse iris (regenboog), omdat de bloemen bij verschillende soorten uiteenlopende kleuren hebben of omdat de buitenste bloemdekslippen sierlijk gebogen zijn, als de regenboog. Pseudacorus betekent valse of schijn-Acorus (Kalmoes).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt of helofyt.

Hoofdbloei: Mei, juni, juli.

Afmeting: 40-120 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een forse kruipende en zich vertakkende wortelstok.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


G.-U. Tolkiehn -
CC BY 3.0

Stengels: De rechtopstaande, gladde, niet behaarde stengels zijn rond en naar boven toe vertakt.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De iets blauwachtig groene bladeren zijn zwaardvormig en 1-3 cm breed. Ze hebben een verdikte middennerf. De meeste bladeren staan aan de voet in twee rijen met om elkaar heen grijpende scheden. De wortelstandige zijn ongeveer even lang als de stengel.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemschede bestaat uit twee lancetvormige, groene kleppen. De bloemstelen zijn even lang als of langer dan het vruchtbeginsel. De reukloze, gele bloemen staan met twee of drie aan de top van hoofdas en zijassen. De buitenste drie bloembladen zijn 4-8 cm lang. Deze zijn breed spatelvormig of eivormig, met een naar buiten gekromde plaat. De binnenste drie, rechtopsstaande bloemdekbladen zijn lijnvormig, veel korter en komen niet boven de stempels uit. Het vruchtbeginsel is onderstandig. Op de buitenste bloemdekslippen zit een honingmerk in de vorm van een donkergele vlek met een bruine zigzagsgewijs lopende lijn erom en meerdere gekleurde lijntjes die verwijzen naar de honing.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. De 4-5 cm lange vruchten zijn stomp driekantig met een kort spitsje. Ze bevatten drie rijen, op elkaar gestapelde, gladde, bruine, platte zaden. Ze drijven op het water en zo wordt de soort verspreid. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke grond en in ondiep matig voedselrijk tot voedselrijke, stilstaand of zwak stromend, zoet water.

Groeiplaatsen: Moerassen (verlandingsvegetaties), bossen (moerasbossen, bronbossen, beekbegeleidende loofbossen en wilgengrienden), waterkanten (langs sloten, kanalen, beken, rivieren, plassen, poelen, meren en op aanspoelselgordels op rivieroeverwallen), grasland (verruigd grasland en nat hooiland), zeeduinen (duinvalleien) en heide (langs voedselrijk geworden heidevennen en hoogveenwijken).

Verspreiding

Wereld: Europa, West-Azië en Noordwest-Afrika. Ingeburgerd in o.a. Noord-Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland en Japan.

Nederland: Algemeen.

Vlaanderen: Algemeen.
Wallonië:
Vrij algemeen.

Toepassingen

Gele lis wordt ook in tuinvijvers gekweekt. De vijver moet wel enige omvang hebben, anders groeit de vijver snel dichtr. In de tuin kan vermeerdering zowel via zaadvorming (zaden droog bewaren) als via scheuring plaats vinden.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)


Svensk botanik, deel 2, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Londinensis, deel 3, William Curtis (1778-1781)


British entomology, deel 6, J. Curtis (1823-1840)


Flora Parisiensis, deel 2, P. Bulliard (1776-1781)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Pseudoiris palustris
Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)


Addisonia, deel 12, M.E. Eaton (1926)


Les Liliacées, deel 4, P.J. Redouté (1805-1816)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Medical Botany, deel 4, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Herbier de la France, deel 3, P. Bulliard (1776-1783)


Flore médicale, deel 4, F.P. Chaumeton (1830)


Flora regni borussici, deel 1, A.G. Dietrich (1832-1833)


Phytanthoza iconographia, deel 3, J.W. Weinmann (1742)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


New Kreüterbuch, P.A. Mattioli (1563)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL