Wilde planten in Nederland en België

Gele plomp - Nuphar lutea

Frysk: Giele plomp

English: Yellow water-lily

Français: Nénuphar jaune

Deutsch: Gelbe Teichrose

Synoniemen: Nuphar luteum

Familie: Nymphaeaceae (Waterleliefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Nuphar is waarschijnlijk ontstaan uit nympharion en het verkleinwoord daarvan is nymphe. De bloemen en bladen zijn namelijk kleiner dan die van Nymphaea alba (Witte waterlelie). Lutea betekent geel.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Hoofdbloei: Mei, juni, juli, augustus.

Afmeting: 60-200 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Dikke, bijna rolronde, (niet sterk) vertakte wortelstokken, waarop aan de bovenkant de inplantingsplaatsen van de blad- en bloemstelen van vorige jaren als littekens te zien zijn, terwijl er aan de onderkant bruine vezelwortels uitkomen. De wortelstok ligt horizontaal in de bodem van het water. Waterdiepte: maximaal drie meter.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Okcaha -
CC BY-NC 4.0

Stengels: De lange blad- en bloemstelen zijn stomp driekantig met vrij nauwe, onderling even grote, fijne luchtkanalen. De stelen zijn aan de voet aan beide kanten vliezig-verbreed. Ze hebben geen steunblaadjes.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De ondergedoken bladeren zijn doorschijnend lichtgroen en gegolfd. Drijvende bladeren zijn 10-30 cm, eirond-hartvormig en hebben een afgeronde, maar iets toegespitste top. Van boven zijn ze glanzend donkergroen. Van onderen zijn ze dof, bijna blauwgroen, met uitstekende middennerf. Ze hebben een hartvormige voet en meestal een gave rand (soms fijn gekarteld). Ze zijn vlakker dan die van Witte waterlelie. De zijnerven in de bovenste helft van het blad zijn vrijwel recht en evenwijdig, aan de rand zijn ze niet met elkaar verbonden. Alle zijnerven zijn aan de top enkele malen gegaffeld.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De gesteelde (lange, dikke, ronde stelen), 3-5 cm grote, gele, niet aangenaam ruikende bloemen komen ongeveer gelijktijdig met de bladeren boven water (tot zo'n 10 cm boven het wateroppervlak). Ze hebben vijf of soms zes gele kelkbladen, die elkaar overlappen. Ze vormen een kom om de rest van de bloem. De zeven tot vierentwintig kroonbladen zijn geel, spatelvormig, omgekeerd-eirond, met een afgeronde top, geleidelijk in de nagel overgaand en aan de rugzijde met een honinggroefje. Ze zijn duidelijk kleiner dan de kelkbladen (ongeveer 1/3 keer zo lang). Er zijn veel meeldraden, met langwerpig-lijnvormige helmknopjes. De buitenste meeldraden zijn breder. Het vruchtbeginsel is bovenstandig, sterk geplooid en met een brede, gaafrandige stempelschijf met tien tot twintig stempelstralen (meerdere takken) die de rand niet bereiken. Ze verspreiden een niet erg aangename geur.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Oren Rozen -
CC BY-SA 3.0


H. Zell - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een bes. De flesvormige vrucht drijft op het water, is veelhokkig en bevat veel eironde, iets samengedrukte, geelgrijze zaden in ieder hokje. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


AnRo0002 -
CC0


Juandev -
CC BY-SA 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in vrij diep tot diep, stilstaand tot zwak stromend, voedselrijk, neutraal tot kalkhoudend, zoet tot zwak brak water met een modderbodem.

Groeiplaatsen: Water (langzaam stromende beken en rivieren, kanalen, diepe brede sloten, grachten, meren, vijvers, afgesneden rivierarmen, laagveenplassen en doorbraakkolken).

Verspreiding

Wereld: Vrijwel  heel Europa, oostelijk tot in Midden-Siberië. Ook in Noord-Amerika.

Nederland: Algemeen in laagveengebieden, het rivierengebied en in het noordoosten, elders vrij zeldzaam, zeer zeldzaam in Zeeland, op de Waddeneilanden en in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
Wallonië:
Vrij zeldzaam. Het meest in de riviervalleien.

Wetenswaardigheden

De vrucht is fles- of kanvormig, vandaar de volksnamen Koffiekan en Waterkruik. Bij de Germanen was de Gele plomp een waternimf, die iedere keer dat een vreemdeling passeerde van geslacht veranderde. Onder de bladeren school een ondeugende of kwaadaardige geest die wraak nam op wie de bloem plukte. De gele plomp werd als symbool voor kuisheid beschouwd. De wortelstok, in teer gedoopt, werd vroeger gebruikt bij kaalheid en voor het genezen van beten van dolle honden.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Deutschlands flora, deel 8, J. Sturm, J.W. Sturm (1810-1812)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Botanical Magazine, deel 18 S.T. Edwards (1803)


Botanical Magazine, deel 146 M. Smith (1920)


British phaenogamous botany, deel 4: W. Baxter (1834-1843)


Phytanthoza iconographia, deel 3, J.W. Weinmann (1742)


New Kreüterbuch, P.A. Mattioli (1563)


Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Repräsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erläuterndem Text, C. Bollmann (1879-1882)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 1, J.E. Sowerby (1863)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 1, J.E. Sowerby (1863)


Herbarium Blackwellianum, deel 5, E. Blackwell (1765)


British entomology, deel 6, J. Curtis (1823-1840)


Flora Parisiensis, deel 5, P. Bulliard (1776-1781)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Botanische wandtafeln, A. Peter (1901)


Flora regni borussici, deel 11, A.G. Dietrich (1843)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Rariorum plantarum historia, deel 2, C. Clusius (1601)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL