Wilde planten in Nederland en België

Geoorde zuring - Rumex thyrsiflorus

Frysk: Krolblêdsurk

English: Narrow-leaved sorrel

Français: Grande oseille thyrsiflore

Deutsch: Rispen-Sauerampfer

Synoniemen: Acetosa thyrsiflora, Rumex acetosa subsp. thyrsiflorus

Familie: Polygonaceae (Duizendknoopfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam zuring duidt op de zure smaak van de plant (door de aanwezigheid van oxaalzuur). Rumex komt het Latijnse woord rumex (werpspies), hetgeen slaat op de bladvorm van een aantal soorten. Thyrsiflorus is afgeleid van het Latijnse thyrsus (pluim, de versierde staf van de Bacchanten) en flos (bloem), dus bloemen die een pluim vormen.

Opmerking: Geoorde zuring lijkt sterk op Veldzuring. Ook komen er tussenvormen voor.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus.

Afmeting: 50-100 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Jacques Maréchal - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Michael Kesl -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een penwortel.


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


web.corral.tacc.utexas.edu -
CC0-1.0

Stengels: Een rechtopstaande, gegroefde  bloeistengel. De onderste takken staan meestal met drie bijeen, die  dan weer vertakt zijn. Alle takken staan omhoog gericht.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De verspreidstaande smalle, langwerpige tot lancetvormige bladeren zijn soms wel meer dan tien keer zo lang als breed. Ze hebben een sterk gegolfde of gekroesde rand. Ze zijn pijlvormig. De bladvoet heeft oortjes, die vaak in twee of drie punten uitlopen.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Jacques Maréchal - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui  - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. De roodachtige bloemen vormen samen een dichtbloemige pluim. De onderste pluimtakken staan met twee of drie op een knoop bij elkaar. Ze zijn sterk vertakt. Alle takken zijn bochtig of boogvormig omhoog gekromd. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Jacques Maréchal - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De drie roze vruchtkleppen zijn kleiner dan die van Veldzuring (2½-3½ mm). De zaden zijn donkerbruin. Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Jacques Maréchal - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op matig vochtige tot matig droge, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkhoudende, grazige grond (zand, rivierklei en zavel).

Groeiplaatsen: Grasland (weiland, vochtig, bemest grasland en ruig grasland langs rivieren), bermen, ruigten, waterkanten (rivieroevers), rivierdijken en langs spoorwegen (spoordijken).

Verspreiding

Wereld: Siberië, Oost- en Midden-Europa en een deel van West-Europa. Westelijk tot in Nederland.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in het rivierengebied. Elders zeer zeldzaam, o.a. in Zeeland.

Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd. Het meest in de Maasvallei en de oostelijke Kempen.

Wallonië: Zeer zeldzaam ingeburgerd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


© 2001-2020 K.M. Dijkstra