Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Gerande schijnspurrie - Spergularia media

Frysk: Grut sparjekrŻd

English: Greater Sea-spurrey

FranÁais: Spergulaire atlantique

Deutsch: FlŁgelsamige Schuppenmiere

Synoniemen: Spergularia media subsp. angustata, Spergularia marginata, Spergularia maritima, Arenaria marina

Familie: Caryophyllaceae (Anjerfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Spergularia is afgeleid van afgeleid van Spergula (beide geslachten komen veel overeen). Spergula is afgeleid van het Latijnse spargere (uitstrooien), omdat deze planten hun zaden gemakkelijk uitstrooien. Media betekent middelste.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Chamaefyt.

Hoofdbloei: Juni, juli, augustus, september, oktober.

Afmeting: 5-50 cm.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 3.0


Banangraut -
CC BY-SA 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een dikke houtige wortelstok.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Een stevige houtige stengelvoet met vele opstijgende, vrijwel kale stengels.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Paul Fabre - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De 1-1Ĺ cm lange blaadjes zijn vlezig, lijnvormig en genaald (een stekelpuntje).


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De 0,7-1,3 cm grote bloemen zijn wit met een roze rand of bleek blauw-roze. De kroon is even lang of iets langer dan de kelk. Een bloem heeft tien meeldraden, maar soms negen.


Frantiöek Pleva - Public Domain


Olivier Pichard -
CC BY-SA 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. Zaden met brede vleugels, maar soms zijn ze ongevleugeld. Tweezaadlobbig.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Christophe Bernier - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, meestal open plaatsen op natte, zilte grond (zand, klei of kiezelige plaatsen). De soort is bestand tegen hoge zoutconcentraties.

Groeiplaatsen: Kwelders (lagere delen van kleiige of zandige schorren en slikken), grasland (kwelderweiden en binnendijks weiland op sterk zilte, open, drassige plekken) en soms langs gepekelde wegen.

Verspreiding

Wereld: In alle werelddelen, met name in kust- en woestijngebieden.

Nederland: Vrij algemeen in het Waddengebied en langs de kust in het zuidwesten, zeer zeldzaam langs het IJsselmeer en de Hondsbosse Zeewering.

Vlaanderen: Vrij algemeen in het kustgebied
WalloniŽ:
Alleen  als adventiefplant (tijdelijk).

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


La flore et la pomone francaises, deel 3, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1830)


Icones plantarum novarum, deel 5, C.F. von Ledebour (1834)


British entomology, deel 4, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the flowering plants and ferns of the Falklands Islands, E.F. Vallentin (geboren Bertrand), E.M. Cotton (1921)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL