Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Gestreepte leeuwenbek - Linaria repens

Frysk: Streept liuwebekje

English: Pale Toadflax

FranÁais: Linaire rampante

Deutsch: Gestreiftes Leinkraut

Synoniemen:

Familie: Plantaginaceae (Weegbreefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Linaria komt van het Latijnse linum (vlas), vanwege de gelijkenis van de bladen met die van vlas. Repens betekent kruipend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli t/m september.

Afmeting: 30-80 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Een kruipende wortelstok.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De kale, rechtopstaande en meestal bovenaan vertakte stengels vormen samen pollen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De bladen zijn lijnvormig. De bovenste bladen staan vaak verspreid, de onderste in kransen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De schutbladen zijn even lang als de bloemstelen. De 0,8-1Ĺ cm grote bloemen groeien in lange ijle trossen. Ze zijn wit, bleeklila of bleekblauw met paarsblauwe nerven. Het gehemelte is meestal geel (zelden wit). De spoor is 2-5 mm lang (half zo lang als de rest van de bloemkroon), kegelvormig, recht en vrij stomp aan het eind.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. De niet gevleugelde zaden zijn driekantig met drie ribben, die door fijnere dwarsricheltjes met elkaar zijn verbonden. Tweezaadlobbig.


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


©2006 Digital Plant Atlas -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op (zeer) droge, matig voedselrijke, kalkhoudende tot zwak zure, omgewerkte grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bermen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), industrieterreinen, akkers (akkerranden), omgewerkte grond, zeeduinen en bosranden.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit West-en Zuid-Europa. Nu met name in Frankrijk, Noordoost-Spanje, Noordwest-ItaliŽ, Zuid- en Midden-Engeland, Zuid-Zweden en het Bovenrijndal. Als verwilderde sierplant ingeburgerd in o.a. Polen.

Nederland: Zeldzaam in Gelderland op de zuidelijke Veluwe. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeldzaam.
WalloniŽ:
Vrij zeldzaam. Het meest in het Maasgebied en Lotharingen (de zuidelijke Ardennen). Elders zeldzamer.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 18, Jan Kops en F.W. van Eeden (1889)


Elatine altera - Hoender erve
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Abbildung und Beschreibung sellener Gewaechse neu Łbersetzt, systematisch bearbeitet und mit Anmerkungen begleitet von D. Georg Wolffgang Franz Panzer, J. Martyn, F. Panzer (1797)

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL