Wilde planten in Nederland en België

Getand vlotgras - Glyceria declinata

Frysk: Boskflotgers

English: Small Sweet-grass

Français: Glycérie inclinée

Deutsch: Blaugrüner Schwaden

Synoniemen: Glyceria notata subsp. declinata, Glyceria plicata subsp. declinata

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Glyceria komt van het Griekse glyceros (zacht), hetgeen slaat op de zoete smaak van de vruchtjes. Declinata betekent afwijkend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt of hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni, juli, augustus, september.

Afmeting: 20-60 cm.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


Melissa Hutchison - CC BY-NC-ND 4.0


Jean-Luc Gorremans - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


johnsteel -
CC BY 4.0

Wortels: Een kruipende wortelstok.


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


images.cyberfloralouisiana.com -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De opgerichte stengels zijn aan de voet geknikt of gekromd, in het water drijven ze soms.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


johnsteel - CC BY 4.0


Ennio -
CC BY-NC-ND 4.0


Rurger Barendse - freenatureimages.eu

Bladeren: De bladscheden zijn min of meer glad en vaak paarsig. De bladschijf is vaak vrij kort met een stompe top.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


Jean-Luc Gorremans - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


db.herbarium.arizona.edu -
CC BY-NC 3.0


Ennio -
CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen zijn zelden geopend. De bloeiwijze is vaak naar één kant gekeerd en voor het grootste deel trosvormig. De onderste bloeiwijzetakken staan met één tot zes bij elkaar. De aartjes zijn vrij dichtbloemig. De 0,7-1,1 mm grote helmknoppen zijn paars of soms geel. De palea van de onderste bloemen zijn lang tweetandig. De tanden steken iets boven de rand van het lemma uit. De lemma's van de onderste bloemen hebben aan de top drie of vijf spitse tanden.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Kim Lotterman -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Kim Lotterman -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


Ennio -
CC BY-NC-ND 4.0


Ennio -
CC BY-NC-ND 4.0


Gunnar Engan -
CC BY 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, open plaatsen op natte, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak kalkarme, soms vrij kalkrijke grond (op leem of slib- en humusrijk zand, soms op zandige klei of veen).

Groeiplaatsen: Grasland (open getrapte plekken in weiland, open plekken in hooiland, kwelplekken en laagliggend weiland langs kanaaldijken), waterkanten (langs sloten en plassen), afgravingen (leemgroeven), ijsbaantjes, nieuwe greppels, opgespoten grond, baggerstortplaatsen, bossen (natte bossen en langs en op drassige bospaden) en in karrensporen.

Verspreiding

Wereld: West-, Zuidwest- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Zuid-Scandinavië. Ook op Madeira, in Australië en op een paar verspreide plaatsen in Noord-Amerika.

Nederland: Vrij zeldzaam, maar plaatselijk vrij algemeen in het oosten en midden van het land, zeldzaam in aangrenzende laagveengebieden en Zuid-Limburg. Elders zeer zeldzaam. Niet in het Waddengebied.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
Wallonië:
Vrij algemeen in het Maasgebied en de Ardennen. Elders zeldzamer.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 25, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1920)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL