Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gevlekte aronskelk - Arum maculatum

Andere namen

Frysk: Wylde aronstsjelk

English: Lords-and-ladies

Français: Arum tacheté

Deutsch: Gefleckter Aronstab

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Alismatales

Familie: Araceae (Aronskelkfamilie)

Geslacht: Arum (Aronskelk)

Soort: Arum maculatum

Naamgeving (Etymologie): Er zijn verschillende verklaringen voor de naam Aronskelk (Arum) in omloop. Een daarvan is het volgende religieuze verhaal: Toen Jozef en de verspieder Kaleb naar het beloofde land trokken namen zij de staf van Aeron mee. Op deze staf droegen zij een druiventros. Nadat de druiventros van de staf was genomen staken zij de staf in de grond. Op die plek schoot toen een Aronskelk (Arum) uit de grond. Het werd het zinnebeeld van een gezegende vruchtenoogst. De kelk is de beker waar de insecten invallen en zo met stuifmeel bedekt raken.
De naam Arum kan ook zijn afgeleid van het Griekse aros (nuttig). Anderen beweren dat het de naam afkomstig is van het Griekse rainoo (bevochtigen), omdat de plant op vochtige plaatsen groeit, of het komt van aroo (bevestigen), omdat de zijslippen van de bladen op een haak lijken, die de timmerlieden gebruikten om houten voorwerpen in verband te houden. Maculatum betekent gevlekt.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: April en mei.

Afmeting: 15-45 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een horizontale wortelknol.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: Een rechtopstaande bloeistengel. De soort groeit vaak in groepen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si

Bladeren: De stomp pijlvormige bladeren zijn glanzend groen, al of niet zwartpaars gevlekt en 10-20 cm. De slippen aan de voet wijzen schuin naar achteren. De bladeren komen al vroeg in de lente boven de grond. Een gave bladrand.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloeischede is 10-25 cm. De schede is geelgroen en van binnen soms voor een deel paarsrood of gevlekt. Het knotsvormige deel van de bloeikolf is meestal dof paars tot grijs, maar soms geelachtig. Het bovenstandig vruchtbeginsel is ongeveer 3 mm. De vrouwelijke bloemen zitten onderaan, dan komen de mannelijke bloemen en daarboven een soort haakjes van niet ontwikkelde bloemen. Op de aasgeur die de bloemen verspreiden komen o.a. vliegjes af. Ze raken onderin de bloeiwijze gevangen. Nadat de mannelijke bloemen hun stuifmeel hebben vrij gelaten verwelkt de beharing in de kelk en kunnen de met stuifmeel bepoederde vliegjes ontsnappen. Als ze dan naar een volgende aronskelk gaan kunnen ze de vrouwelijke bloempjes bevruchten.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


H. Zell -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: De giftige bessen zijn eerst groen, maar worden bij rijpheid oranjerood. Ze zijn ongeveer 0,5 cm in doorsnee. De bloeikolf is 3-4 cm lang (zonder steel). De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Licht tot matig beschaduwde plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, neutrale tot kalkrijke grond met een luchtige en kruimelige, goed verterende humuslaag (mergel, löss, leem, zavel, lichte klei, rivierzand, rivierklei, duinzand, met aangevoerd materiaal vermengde zeeklei).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, vooral in eiken-haagbeuken- en beukenbossen, rivierbegeleidende bossen, hellingbossen, hogere plekken in bronbossen, greppelkanten en langs bospaden), kapvlakten, heggen, struwelen, eendenkooien, langs holle wegen, enigszins ruderale plaatsen, langs spoorwegen, begraafplaatsen, kasteeltuinen, bij buitenplaatsen, parken, aan de voet van hellingen, zeeduinen (binnenduinrand) en op aanspoelsel in de hogere delen van rivierdalen.

Verspreiding

Wereld: Zuid-, Midden- en West-Europa. Noordelijk tot in Zuid-Schotland en Denemarken.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen in Zuid-Limburg, vrij zeldzaam in het oostelijk rivierengebied en in aangrenzende gebieden. Elders alleen als stinsenplant, onder meer in Utrecht, aan de binnenduinrand (hier mogelijk wel inheems), in Noordwest-Fryslân, Groningen en op Texel.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen in de leemstreek en in de Maasvallei. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam of ontbrekend.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij algemeen tot algemeen in Brabant, in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Zeldzaam in de Ardennen.

Toepassingen

De knollen van de plant bevatten veel zetmeel. De plant zelf is giftig in verse toestand en licht giftig als deze gedroogd is. De plant wordt gebruikt tegen heesheid, hardnekkig hoesten en keelpijn.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 14, Jan Kops en F.W. van Eeden (1872)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Deutschlands flora, deel 11, J. Sturm, J.W. Sturm (1821-1825)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Flora regni borussici, deel 4, A.G. Dietrich (1836)


Botanische Wandtafeln, A. Peter (1901)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Medical Botany, deel 4, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Flora Londinensis, deel 2, William Curtis (1777-1778)


British entomology, deel 6, J. Curtis (1823-1840)


Flore médicale, deel 1, F.P. Chaumeton (1833)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Herbier de la France, deel 1, P. Bulliard (1776-1783)


Flora Parisiensis, deel 2, P. Bulliard (1776-1781)


Histoire universelle du règne végétal, deel 11, P.J. Buchoz (1775-1778)


Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 1, F.B. Vietz (1800)


Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Introductio generalis in rem herbariam, deel 2, A.Q. Rivinus (1690-1777)

© 2001-2019 K.M. Dijkstra