Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gevlekte rupsklaver - Medicago arabica

Andere namen

Frysk: Bûnte klaver

English: Spotted medick

Français: Luzerne d'Arabie

Deutsch: Arabischer Schneckenklee

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Fabales

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Geslacht: Medicago (Rupsklaver)

Soort: Medicago arabica

Naamgeving (Etymologie): Klaver komt mogelijk van een Indogermaanse grondvorm glei (smeren), naar het kleverige vocht van de bloemen. Medicago komt van het Latijnse medicus of medica (van Medië of Perzië afkomstig). Arabica is Arabisch.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: April, mei, juni, juli, augustus, september, oktober.

Afmeting: 20-50 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Harry Rose - CC BY 2.0

Wortels


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De vrij slappe stengels zijn weinig of niet behaard, met diepe groeven.


John Tann - CC BY 2.0


Amada44 - CC BY-SA 3.0


Jeffdelonge - CC BY-SA 3.0


TeunSpaans - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De bladeren zijn drietallig. De deelblaadjes worden tot 2,5 cm lang. Ze zijn omgekeerd hartvormig met in het midden meestal een driehoekige tot ronde, zwartpaarse of bruine vlek. Bij de top zijn ze getand. De steunblaadjes zijn meestal sterk bochtig getand.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Amada44 - CC BY-SA 3.0


Amada44 - CC BY-SA 3.0


Harry Rose - CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijzen bestaan vaak uit één, twee of drie bloemen, die niet buiten de bladeren uit komen. Ze zijn lichtgeel en 5-7 mm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


John Tann - CC BY 2.0


John Tann - CC BY 2.0

Vruchten: Een doosvrucht. De peulen worden 5-6 mm lang met drie tot zeven gestekelde windingen. Ze vormen min of meer bolvormige, niet behaarde kluwens. De rugnerf is gegroefd. De zaden worden door tussenschotten gescheiden. De aderen op de windingen zijn boogvormig of zwak s-vormig gekromd. Tweezaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Luis nunes alberto - CC BY-SA 3.0


Amada44 - CC BY-SA 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op matig vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke, grazige kleigrond.

Groeiplaatsen: Grazige kanaaldijken en andere dijken, enigszins ruderale bermen, grasland (vochtig, bemest grasland), zeeduinen, braakliggende grond en pas verhoogde zeedijken.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Zuid- en Zuidwest-Europa. Oostelijk tot in Iran en noordelijk tot op de Britse eilanden en in Nederland. Ingeburgerd in Noord-Amerika en Australië.


gbif.org

Nederland: Algemeen in Zeeland en de aangrenzende Hollandse duinen, laagveengebieden en westelijk Noord-Brabant. Zeldzaam in het rivierengebied en in Noord-Holland. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij zeldzaam in de Polders en zeldzaam in de duinen en langs de rivieren. Elders zeer zeldzaam of ontbrekend.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Zeldzaam in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra