Wilde planten in Nederland en België

Gevlekte rupsklaver - Medicago arabica

Frysk: Bûnte klaver

English: Spotted medick

Français: Luzerne d'Arabie

Deutsch: Arabischer Schneckenklee

Synoniemen:

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Klaver komt mogelijk van een Indogermaanse grondvorm glei (smeren), naar het kleverige vocht van de bloemen. Medicago komt van het Latijnse medicus of medica (van Medië of Perzië afkomstig). Arabica is Arabisch.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: April t/m oktober.

Afmeting: 20-50 cm.


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De vrij slappe stengels hebben diepe groeven en zijn meestal weinig behaard (tenminste aan de voet van de steel van de bloeiwijze met gelede haren).


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Jeffdelonge - cc by-sa 3.0


TeunSpaans - cc by-sa 3.0

Bladeren: De bladen zijn drietallig. De deelblaadjes worden tot 2,5 cm lang. Ze zijn omgekeerd hartvormig met in het midden meestal een driehoekige tot ronde, zwartpaarse of bruine vlek. Bij de top zijn ze getand. De steunblaadjes zijn ondiep tot vaak sterk bochtig getand.


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijzen bestaan vaak uit één, twee of drie bloemen, die niet buiten de bladen uit komen. Ze zijn lichtgeel en 5-7 mm groot.


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


John Tann - cc by 2.0


John Tann - cc by 2.0

Vruchten en zaden: Een doosvrucht. De peulen worden 5-6 mm lang met drie tot zeven gestekelde (de stekels zijn onderaan afgeplat en gegroefd) windingen. Ze vormen min of meer bolvormige, niet behaarde kluwens. De rugnerf is gegroefd. De zaden worden door tussenschotten gescheiden. De aderen op de windingen zijn boogvormig of zwak s-vormig gekromd. Tweezaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Luis nunes alberto - cc by-sa 3.0


Amada44 - cc by-sa 3.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op matig vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke, grazige kleigrond.

Groeiplaatsen: Grazige kanaaldijken en andere dijken, enigszins ruderale bermen, grasland (vochtig, bemest grasland), zeeduinen, braakliggende grond en pas verhoogde zeedijken.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Zuid- en West-Europa.

Nederland: Inheems. Vrij algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Vrij algemeen.

Wallonië: Inheems. Vrij zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 3, J.E. Sowerby (1864)


British entomology, deel 6, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


La flore et la pomone francaises, deel 2, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1829)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)

2001-2022 K.M. Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl