Wilde planten in Nederland en België

Gevlekte scheerling - Conium maculatum

Frysk: Giftich piipkrûd

English: Hemlock

Français: Grande ciguë

Deutsch: Gefleckter Schierling

Synoniemen:

Familie: Apiaceae (Schermbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Conium is afgeleid van konè (moord), vanwege de giftigheid van de plant. Maculatum betekent gevlekt.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Soms eenjarig, maar meestal tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september.

Afmeting: 60-250 cm.


Thierry Pernot - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Efemär -
CC BY-SA 3.0


MPF -
CC BY-SA 3.0


MPF -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een penwortel.


http://hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande, gladde en holle stengels zijn bruinrood gevlekt, fijn gegroefd en kaal. Onderaan zitten bruinrode vlekken (vandaar de naam). De plant is zeer giftig en ruikt onaangenaam.


Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Eric Coombs -
CC BY 3.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bladeren: De verspreidstaande, enigszins glanzende, driehoekige bladeren zijn twee- tot viervoudig geveerd. Ze zijn vrij zacht en fijn verdeeld in langwerpige slippen. De ronde bladstelen zijn hol. De bladscheden boven in de plant zijn niet stengelomvattend.


Tiia Monto -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De vijftallige bloemen groeien in schermen met tien tot twintig stralen. De witte kroonbladen zijn 2 mm groot. Er is geen kelk. De omwindselbladen zijn langwerpig, teruggeslagen en naar één kant gekeerd. De onderstandig vruchtbeginsels zijn kaal.


Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


John Tann -
CC BY 2.0


Mick Talbot -
CC BY 2.0

Vruchten: Een splitvrucht. De bijna bolvormige vruchten zijn 2½ - 3½ mm lang, kantig en met gegolfde ribben. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Totnesmartin - Public Domain


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op matig droge tot meestal vochtige, matig voedselrijk tot voedselrijke, omgewerkte of verstoorde, vaak kalkhoudende grond. Ook in brak milieu (zand, klei, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Heggen, struwelen, ruigten (humeuze ruigten), bermen, rivierdijken, zeedijken, begraafplaatsen, omgewerkte grond, langs spoorwegen (spoorbermen), braakliggende grond, ruderale plaatsen, akkers, waterkanten (langs greppels, op basaltglooiingen en op aanspoelselgordels) en zeeduinen.

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in de noordelijkste delen. Ook in West-Azië en in het noordwesten, oosten en zuiden van Afrika. Ingeburgerd in o.a. Noord-Amerika.

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en in de Hollandse en Zeeuwse duinen, zeldzaam in het rivierengebied, in de Kempen en in het oosten van het land. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest in de duinen, de Maasvallei en de Leemstreek.
Wallonië:
Vrij zeldzaam.

Wetenswaardigheden

Alle delen van de plant zijn giftig. Volgens overlevering is Socrates met het gif van de Gevlekte scheerling is gedood, maar door sommigen wordt dat betwist. Het sap van de Gevlekte scheerling werd door de oude Grieken wel gebruikt om een doodvonnis te voltrekken. De plant bevat het zenuwgif coniïne en heeft in kleine hoeveelheden al de dood tot gevolg.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 7, Adolphus Ypey (1813)


uijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Botanische wandplaten


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Atlas der officinellen Pflanzen, deel 2, O.C. Berg, C.F. Schmidt (1894-1896)


Medizinal Pflanzen, deel 2, F.E. Köhler, W. Müller (1890)


Repräsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erläuterndem Text, C. Bollmann  (1879-1882)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 4, J.E. Sowerby (1865)


Flora Londinensis, deel 1, William Curtis (1775-1777)


Svensk botanik, deel 4, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Herbier de la France, deel 2, P. Bulliard (1776-1783)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 1, F.B. Vietz (1800)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Die officinellen Pflanzen der Pharmacopoea Germanica, F.G. Kohl (1891-1895)


Sämmtliche Giftgewächse Deutschlands, E. Winkler (1853)


Herbarium Blackwellianum, deel 5, E. Blackwell (1765)


Medical Botany, deel 1, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


British entomology, deel 3, J. Curtis (1823-1840)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Flore médicale, deel 2, F.P. Chaumeton (1829)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Introductio generalis in rem herbariam, deel 4, A.Q. Rivinus (1690-1777)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL