Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gewone braam - Rubus fruticosus

Andere namen

Frysk: Toarnbei

English: Blackberry

Français: Ronce

Deutsch: Brombeere

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Rosales

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Geslacht: Rubus (Braam)

Soort: Rubus fruticosus

Naamgeving (Etymologie): Rubus is verwant aan het Latijnse ruber (rood). Onrijpe bramen zijn namelijk rood. Fruticosus betekent heesterachtig.

Ondersoorten: Braam wordt wereldwijd verdeeld in een groot aantal soorten en ondersoorten. Rubus fruticosus is de verzamelnaam.
Men onderscheidt o.a. de volgende soorten: Rubus ammobius, Rubus armeniacus, Rubus arrhenii, Rubus canescens, Rubus geniculatus, Rubus gratus, Rubus laciniatus, Rubus macrophyllus, Rubus nessensis, Rubus pedemontanus, Rubus plicatus, Rubus pyramidalis, Rubus scissus, Rubus silvaticus, Rubus sprengelii, Rubus sulcatus, Rubus ulmifolius en Rubus vestitus. Zie ook bij  Hazelaarbraam.

Kruising: De kruising van Braam en Framboos is Rubus x idaeoides (Basterdframboos).


Basterdframboos
© Peter Venema - verspreidingsatlas.nl


Basterdframboos
© Peter Venema - verspreidingsatlas.nl


Basterdframboos
© Peter Venema - verspreidingsatlas.nl


Basterdframboos
© Peter Venema - verspreidingsatlas.nl

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus.

Afmeting: 50-150 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een wortelstok. Vaak met wortelopslag.


John Bebbington - CC-BY-NC-SA-2.0

Stengels: De lange, tweejarige en  lang groenblijvende  stengels hangen boogvormig over, kruipen of staan vrij rechtop. De onderste delen zijn houtachtig. Ze zijn kantig , gegroefd en met forse stekels. De top gaat wortelen zodra deze de grond raakt. Samen vormen de stengels vaak een dichte, warrige massa.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De verspreidstaande,  rondachtige tot elliptische en behaarde bladeren zijn vijftallig, maar soms drietallig of zeventallig. De deelblaadjes  hebben hooguit hele korte steeltjes. De gezaagde bladeren en de bladstelen zijn gestekeld. De steunblaadjes zijn lijnvormig tot langwerpig. De bladeren blijven lang aanwezig in de winter.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De 2-3,2 cm grote bloemen zijn wit of roze. De kelk is grijs of groen met een witte rand. De vijf kroonbladen zijn smal langwerpig tot breed ovaal en langer dan de vijf  kelkbladen. De kelkbladen hebben een wittige rand. Op de bolvormige bloembodem  staan veel meeldraden  en bovenstandige vruchtbeginsels.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een steenvrucht. De eetbare, glanzende bramen zijn eerst rood, maar later worden ze zwart. Sommige bramen blijven echter rood en zijn dan niet eetbaar. Ze bestaan uit twintig tot vijftig deelvruchtjes, die tegelijk met de bloembodem afvallen. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge tot vrij natte, voedselarme tot voedselrijke, zure tot zwak zure grond (vrijwel alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen), bosranden, heggen, kapvlakten, stormvlakten, ruigten, heide, zeeduinen (duinvalleien), afgravingen (zandgroeven), bermen, langs spoorwegen (spoordijken), moerassen (oud veenmosrietland en enigszins uitdrogende moerasbosjes), omgewerkte grond, ruderale plaatsen en landscheidingskaden.

Verspreiding

Wereld: Zeer waarschijnlijk in alle werelddelen.


gbif.org

Nederland: Zeer algemeen, maar iets minder algemeen in Noord- en Zuid-Holland, de Betuwe en de kleigebieden van Fryslân en Groningen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Gewone braam (Rubus fruticosus)

verspreidingsatlas.nl

Rubus x idaeoides (Basterdframboos)

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Algemeen.

Rubus canescens (Filz-Brombeere) komt zeer zeldzaam voor in de oostelijke Ardennen op de grens met Luxemburg.

Toepassingen

Van de braam worden vooral de vruchten gebruikt. Deze worden verwerkt in gelei, jam, likeur, saus, wijn en als garnering op taarten en door ijs. Van de langzaam gedroogde en gefermenteerde bladeren kan een thee gezet worden tegen diarree. Ook de vruchten hebben een stoppende werking door hun gehalte aan tannine. De vruchten worden ook gebruikt als kleurstof voor wol. De jonge scheuten werden gebruikt als basis voor bruine verf.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 15, Jan Kops en F.W. van Eeden (1877)


Flora Batava, deel 15, Jan Kops en F.W. van Eeden (1877)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 4, Johann Carl Krauss (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 4, Johann Carl Krauss (1800)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)

   

© 2001-2018 K.M. Dijkstra