Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gewone eikvaren - Polypodium vulgare

Andere namen

Frysk: Iikfear

English: Common Polypody

Français: Polypode commun

Deutsch: Gewöhnlicher Tüpfelfarn

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Pteropsida

Orde: Filicales

Familie: Polypodiaceae (Eikvarenfamilie)

Geslacht: Polypodium (Eikvaren)

Soort: Polypodium vulgare

Naamgeving (Etymologie): Polypodium betekent letterlijk veelvoet. Vulgare betekent gewoon of algemeen voorkomend.

Opmerking: Het verschil met Brede eikvaren is moeilijk vast te stellen (vaak alleen via DNA onderzoek en het tellen van de chromosomen).

Kruising: Beide soorten eikvaren kunnen een bastaard vormen (Polypodium x mantoniae). De bastaard heeft witgrijze sporen, terwijl Brede en Gewone eikvaren goudgele sporen hebben.
Deze kruising is steriel en heeft witgrijze, abortieve en verschrompelde sporen i.i.t. tot de beide oudersoorten die goed ontwikkelde, goudgele sporen produceren. Voor een zekere determinatie is microscopisch onderzoek noodzakelijk, aangezien het mislukken van de sporen ook aan andere oorzaken te wijten kan zijn. De annulusring bezit bij deze bastaard gemiddeld 9-10 verdikte cellen (zeker 10 sporendoosjes bekijken!) en is door 2 niet verdikte cellen verbonden met de steel van het sporendoosje. Bij de stamouders bedragen die verdikte cellen 10-14 resp. 7-12, terwijl de niet verdikte cellen 1 resp. 2-4 tellen. Weliswaar zijn er ook andere technieken beschikbaar om de taxa van elkaar te onderscheiden maar deze zijn niet erg relevant voor veldwaarnemingen. Het verspreidingsbeeld van deze soort is nog erg incompleet.
René van Moorsel, 2014 - CC BY-SA 3.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt of hemikryptofyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus en september.

Afmeting: 10-60 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Wortels: De lange wortelstok is vrij dik (tot 7 mm), iets afgeplat en vaak sterk vertakt. Aan de bovenkant zie je knobbels en op de jonge delen zitten veel roodbruine schubben met een brede afgeronde voet. Oudere delen hebben littekens van afgevallen bladen.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: Op de bladstelen van volwassen bladeren zie je geen schubben. De stelen zijn ongeveer half zo lang als het blad.


4028mdk09 - CC BY-SA 3.0


JDavid - CC BY-SA 3.0


László Gellért - CC BY-SA 4.0


© Hans Hillewaert - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladeren zijn wintergroen. Ze  staan op korte afstand van elkaar en groeien rechtstreeks vanuit de wortelstok. De jonge bladeren verschijnen in de late lente (de oude bladeren sterven dan af). Ze zijn dof donkergroen, langwerpig, tot 50 cm lang en alleen naar de top toegespitst. Verder zijn ze enkelvoudig veervormig en bijna tot de hoofdnerf ingesneden. De deelblaadjes (2-4 cm lang) hebben een min of meer afgeronde top en een brede voet, die met de voet van het deelblaadje ernaast door een heel klein strookje is verbonden. De onderste en middelste bladdelen zijn ongeveer even lang. De randen zijn gaaf of meestal  zwak gekarteld. De bladslippen staan recht af.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Piet Bremer - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Algirdas - Public Domain


4028mdk09 - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Sporen. Aan de onderkant van de bladeren vind je de ronde, oranjerode  sporenhoopjes. Ze staan in twee rijen.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Petritap - CC BY-SA 3.0


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Matthieu Gauvain - CC BY-SA 3.0

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op droge, voedselarme, meestal zwak zure, maar soms kalkhoudende zandgrond,  op stenige plaatsen en als epifyt in bomen.

Groeiplaatsen: Bossen (lichtrijke loofbossen en naaldbossen, o.a. larixbossen), houtwallen, jeneverbesstruweel, bermen (aan de voet van loofbomen), langs holle wegen, zeeduinen (noordhellingen, duinstruweel en duinbos), oude muren, beschaduwde rotsen, in schorsspleten van gevelde stammen en in knotwilgen (epifyt).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koude streken op het noordelijk halfrond en op enige plaatsen op het zuidelijk halfrond, o.a. in Zuid-Afrika.


gbif.org

Nederland: Algemeen in de duinen, vrij algemeen in het oosten en midden en vrij zeldzaam in Zuid-Limburg. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Gewone eikvaren

verspreidingsatlas.nl

Gewone eikvaren x Brede eikvaren (Polypodium x mantoniae)

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen in de duinen en vrij algemeen in de Leemstreek. Elders vrij zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Rode lijst. Achteruitgaand.


Gewone eikvaren en Brede eikvaren

Wallonië: Vrij algemeen in de hogere gebieden. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Toepassingen

De zoet smakende wortelstok wordt gebruikt als geneesmiddel, o.a. tegen keelaandoeningen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

 

© 2001-2018 K.M. Dijkstra