Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gewone klit - Arctium minus

Andere namen

Frysk: Kladde

English: Common burdock

Français: Petite Bardane

Deutsch: Kleine Klette

Verouderde of andere namen: Middelste klit, Kleine klit, Gewone klis, Arctium pubens

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Arctium (Klit)

Soort: Arctium minus

Naamgeving (Etymologie): De naam klit heeft te maken met de vorm van de vruchten. Arctium is afkomstig van het Griekse arctos (beer), vanwege de ruwe bladen, maar met name de stekelige bloemhoofdjes, die op de borstelige, ruwe berenhuid lijken. Minus betekent kleiner en pubens is volwassen, welig of baardharen krijgend.

Opmerking: Middelste klit (Arctium pubens) en Kleine klit (Arctium minus) zijn tegenwoordig samengevoegd onder de naam Gewone klit (Arctium minus).

Kruising: Gewone klit kan een kruising vormen met Donzige klit (Arctium x mixtum) en Grote klit (Arctium x nothum).


Arctium x mixtum
© Rutger Barendse - verspreidingsatlas.nl


Arctium x mixtum
© Rutger Barendse - verspreidingsatlas.nl


Arctium x mixtum
© Rutger Barendse - verspreidingsatlas.nl

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 50-250 cm.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Alberto Salguero - CC BY-SA 3.0


Christian Fischer - CC BY-SA 3.0

Wortels: Een penwortel.

Stengels: Vaak zijn de taaie, rechtopstaande, geribde  en vertakte  stengels roodachtig en behaard. Ze zijn gevuld met merg. De zijtakken staan vrijwel horizontaal tot schuin af.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: 's Winters sterven de bladeren af. De onderste bladen worden tot 50 cm lang. Ze zijn breed hartvormig en aan de onderkant grijsgroen en vrijwel kaal. Ze zijn meer lang dan breed en hebben een holle steel. De stengelbladen zijn veel kleiner dan de wortelbladen en staan verspreid  langs de stengel. De bladrand is getand en aan de top zit een kleine stekelpunt.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Een trosvormige tot pluimvormige bloeiwijze met korte tot vrij lang gesteelde hoofdjes van 2-3 cm breed, aan het eind van de stengel. De stevige  omwindselbladen hebben vaak een paarse top en zijn gewoonlijk, maar niet altijd, vrij dicht spinragachtig behaard. De top van de omwindselbladen is haakvormig gebogen. De bloemkroon is meestal niet beklierd, een verschil met Donzige klit. De bloemhoofdjes groeien min of meer in kluwens. Ze hebben een heel korte steel of geen steel en zijn groen of paarsrood aangelopen. Het vruchtbeginsel  is onderstandig.
Kleine klit: De bloemhoofdjes zijn kleiner (1,5-2 cm breed). Het zijn vrijwel zittende of hoogstens kort gesteelde, min of meer in kluwens staande hoofdjes, waarvan het omwindsel weinig of geen spinragachtige beharing draagt.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De klitten (de haakvormige omwindselbladen) blijven vaak de hele winter aan de dode plant. Dieren zorgen voor verspreiding doordat de klitten in de vacht blijven hangen.    Tweezaadlobbig.


Isidre blanc - CC BY-SA 4.0


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, vaak vrij open open plaatsen op matig droge tot vochtige, voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende, omgewerkte grond.

Groeiplaatsen: Bermen, ruige dijken, ruigten (humeuze ruigten), bossen (lichte plekken in loofbossen en oeverwalbossen), struwelen, heggen, kapvlakten, zeeduinen, plantsoenen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, ruderale plaatsen, puinhopen, aan de voet van vrijstaande of vervallen muren, bij mesthopen en bij bebouwing.

Verspreiding

Wereld: Europa, Noordwest-Afrika, West-Azië en Noord-Amerika. Ook in Nieuw-Zeeland en Australië.
Kleine klit: Het meest in Midden-Europa. Ingeburgerd in grote delen van Noord-Amerika. Middelste klit: Met name in West- en Midden-Europa.


gbif.org

Nederland: Kleine klit: Zeer zeldzaam in Oost-Nederland en Zuid-Limburg. Middelste klit: Algemeen, maar vrij zeldzaam in het noordoosten.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Gewone klit

verspreidingsatlas.nl

Gewone klit x Donzige klit (Arctium x mixtum)

verspreidingsatlas.nl

Gewone klit x Grote klit (Arctium × nothum)

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer algemeen.
Rode lijst: Niet bedreigd.

Wallonië: Algemeen, maar iets minder in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Kleine klit
Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Kleine Klette
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra