Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gewone melkdistel - Sonchus oleraceus

Andere namen

Frysk: Stikeltiksel

English: Smooth Sow-thistle

Français: Laiteron maraîcher

Deutsch: Kohl-Gänsedistel

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Sonchus (Melkdistel)

Soort: Sonchus oleraceus

Naamgeving (Etymologie): Sonchus komt van het Griekse somphos (hol of zacht), waarschijnlijk vanwege de broze, holle stengel. Oleraceus betekent als groente gebruikt of in moestuinen groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september, oktober.

Afmeting: 30-130 cm.


Konrad Lackerbeck - CC0


Rob Hille - Public Domain


Zeynel Cebeci - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Wortels: Een penwortel.


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De geribde, rechtopstaande,  blauwgroene stengels zijn vrij sterk vertakt en niet of alleen in de bloeiwijze klierachtig  behaard. Met wit melksap.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Alvesgaspar - CC BY-SA 3.0


Bff - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De verspreidstaande,  langwerpig-eironde bladeren hebben een vrijwel vlakke rand met breed-driehoekige tanden en meestal met zeer zwakke stekeltjes (stekels op de slipjes, die meer breed dan lang zijn). Ze zijn diep gedeeld met een grote driehoekige tot spiesvormige eindlob of ze zijn ongedeeld met spitse, afstaande oortjes. Ze zijn stengelomvattend.

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes zijn 1-2 cm. De hoofdjes staan bij elkaar in een tuilvormige  bloeiwijze. De lintbloemen zijn vaak bleekgeel, de buitenste zijn van onderen zilverig tot iets paarsrood. Er zijn geen buisbloemen. Het blauwachtig grijsgroene  omwindsel is kaal of min of meer beklierd. Het vruchtbeginsel  is onderstandig en de stijl  en stempel  zijn enigszins paarsig.


AnRo0002 - CC0


Alvesgaspar - CC BY-SA 3.0


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Neelix - Public Domain

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De rijpe, ruim 3 mm lange zaden zijn roodbruin met afgeronde hoogteribben en dicht bij elkaar staande dwarsricheltjes. De zaden hebben geen vleugels. De tandjes van het witte  vruchtpluis staan naar de top gericht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Alvesgaspar - CC BY-SA 3.0


Benjamin Zwittnig - CC BY 2.5 si


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte, zwak zure tot kalkhoudende grond (alle grondsoorten, maar minder op veen).

Groeiplaatsen: Akkers (hakvruchtakkers), moestuinen, bermen (open plekken), braakliggende grond, ruigten, plantsoenen, tussen straatstenen, langs stoepranden, tegen en op (oude) muren, puinhopen, bij kuilvoerhopen, mesthopen, afgravingen (kalkgroeven en leemgroeven), ruderale plaatsen, waterkanten (aanspoelselgordels), vloedmerk aan de zeekust, heggen en bosranden.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa en Azië. Nu in alle werelddelen, in gematigde en tropische gebieden.


gbif.org

Nederland: Zeer algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer algemeen, maar iets minder algemeen in de Kempen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Algemeen, maar minder algemeen in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

 

© 2001-2018 K.M. Dijkstra