Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gewone salomonszegel - Polygonatum multiflorum

Andere namen

Frysk: Grutte segelplant

English: Solomon's seal

Français: Sceau de Salomon commun

Deutsch: Vielblütige Weißwurz

Verouderde of andere namen: Convallaria multiflora, Veelbloemige salomonszegel

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asparagales

Familie: Asparagaceae (Aspergefamilie)

Geslacht: Polygonatum (Salomonszegel)

Soort: Polygonatum multiflorum

Naamgeving (Etymologie): Polygonatum is afgeleid van het Griekse polys (veel) en gonu (knie of knoop), omdat de wortelstok uit tal van geledingen bestaat en op sommige plaatsen als een knie verdikt is. Multiflorum betekent met veel bloemen.

Kruising: Gewone salomonszegel en Welriekende salomonszegel kunnen een bastaard vormen: Tuinsalomonszegel (Polygonatum x hybridum).
Tuinsalomonszegel is de forse hybride tussen Welriekende en Gewone salomonszegel en kan spontaan ontstaan uit de beide oudersoorten. Ze is vooral als tuinplant en als stinzenplant in gebruik en slaat gemakkelijk op uit tuinafval en kan dan lang standhouden, zoals ook gebeurd in de ons omringende landen. Ze staat vaak als cultuurrestant in bossen, struwelen en in parken en wordt verder ook op ruderale plekken gevonden. De soort staat wat kenmerken betreft tussen de beide oudersoorten in (zoals goed beschreven staat in de Flora’s), is in principe steriel en vormt dan ook slechts zelden bessen. Evenals de andere vertegenwoordigers van het grote geslacht bevat deze Salomonszegel verschillende giftige saponinen. Men neemt aan dat de oude vondsten bij Apeldoorn, Nijmegen, Rhenen, Den Haag en Wassenaar het resultaat zijn van spontane hybridisatie terwijl de planten van elders als verwilderde of aangeplante sierplanten beschouwd moeten worden.
René van Moorsel, 2014 - CC BY-SA 3.0


Tuinsalomonszegel
© Marian Baars - verspreidingsatlas.nl


Tuinsalomonszegel
© Marian Baars - verspreidingsatlas.nl


Tuinsalomonszegel
Dinkum - CC BY-SA 3.0


Tuinsalomonszegel
Höstblomma - CC BY-SA 3.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 30-90 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een wortelstok.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande, rolronde, overhangende stengels zijn tussen de bladeren glad. De plant groeit vaak in groepen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De blauwachtig groene bladeren staan in twee rijen. Ze zijn eirond tot langwerpig en staan schuin omhoog. Ze hebben een zeer korte, steelachtige voet. De onderkant is naar buiten gekeerd. De bladrand is gaaf.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De klokvormige bloemen hangen naar één kant. De zes bloemdekbladen zijn vergroeid. De onderste bloemen vormen trossen van twee tot zes, de bovenste groeien in paren of staan alleen. De witte bloemen hebben een groene top en geuren niet. In het midden zijn ze iets ingesnoerd. De bloemkroonbuis is 2-4 mm, met een kleine insnoering halverwege de buis. De helmdraden zijn donzig behaard. Het vruchtbeginsel  is bovenstandig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een bes. De giftige, zeer zoet smakende bessen zijn bij rijpheid blauwzwart en worden 0,8-1 cm groot. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Beschaduwde tot halfbeschaduwde plaatsen op vrij droge tot vochtige, matig voedselarm tot matig voedselrijke, min of meer humusrijke, zwak zure tot neutrale, soms kalkhoudende, liefst lemige grond (leem en zand, maar soms ook op veen, mergel of kleiige grond).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen en gemengde bossen), struwelen, houtwallen, heggen, hakhout, kapvlakten, waterkanten (langs greppels, slootkanten en beekoevers), zeeduinen (binnenduinrand) en soms in moerassen (verruigd, oud rietland).

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in de meest noordelijke en zuidwestelijke delen. Ook op enige verspreide plaatsen in Azië (oostelijk tot in Japan) en de Kaukasus.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen in Zuid-Limburg, in het oosten en midden van het land en in het aangrenzende rivierengebied en vrij zeldzaam in de Hollandse binnenduinrand. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Gewone salomonszegel

verspreidingsatlas.nl

Tuinsalomonszegel (Polygonatum x hybridum)

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen in de Leemstreek, de Zand- en Zandleemstreek en de Voerstreek, vrij algemeen in de Kempen en zeer zeldzaam in het kustgebied.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij algemeen, maar zeldzaam tot zeer zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Wetenswaardigheden

Elk jaar valt de oude stengel van de wortelstok af en wordt het volgende jaar op de verlenging van de wortelstok een nieuwe stengel gevormd. Door de talrijke vaatbundels in de verdikte knoop lijkt de plaats waar de stengel is afgevallen op een zegel.

Toepassingen

De plant werd voor medicinale doeleinden gebruikt, o.a. bij zweren en blauwe plekken.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

 

© 2001-2018 K.M. Dijkstra